HomeOver individueelen en gemeenschappelijken eigendom aan arbeiderswoningenPagina 40

JPEG (Deze pagina), 947.96 KB

TIFF (Deze pagina), 8.26 MB

PDF (Volledig document), 62.43 MB

­l»
_ r
•!=
niet kan worden aangemerkt de beperkende bepaling om een 7
woning niet tot herberg te maken. (1)
. Doch er zijn toch voorschriften waaraan dat karakter kan worden F
gegeven. De verkoopende maatschappij bepaalt dan, bij verkoop
van een of ander perceel, dat het zal bezwaard zijn om, ten nutte
van een ander perceel, iets te dulden of, wat in het onderhavige ;·
geval wel regel zal zijn, iets niet te doen. Indien dat beding is
ingeschreven in de registers, blijft het gedurende zijn bestaan kleven ä
aan dat erf. Het is dan geworden, van een persoonlijk recht, een
zakelük recht; de eigenaar van het ,,dienstbare" erf kan niet meer,
met goed gevolg, zich er op beroepen dat met hem niet is gecon­
tracteerd. Het beding is met het erf overgegaan.
Leveren nu de voorwaarden onder dezen vorm een waarborg E.
voor de instandhouding van de cite? ',
Ik geloof dat men zich niet te veel daarvan-moet voorstellen. F
Reeds dadelijk zij gewezen op het bezwaar dat ook zooeven `3
werd besproken: wie zal handhaven? De maatschappij is, als I
zoodanig, ,,er af", zoodra het servitnut is gevestigd. Indien op het
dienstbare erf iets gebeurt dat niet gebeuren mag, dan is de "
j eigenaar van het heerschende erf de eenige bevoegde om herstel
te eischen. Zoolang dat erf nog in handen is van de maatschappij, . {
A is er geen bezwaar; maar, zoodra is niet ook dit heerschende erf j
overgegaan, of de buurman moet tegen den buurman optreden.
Zal dat dikwijls gebeuren? Ik vrees er voor. Het erf van den een °
is op zijn beurt, - uit den aard der zaak, want anders heeft de
geheele ,,servituterij" geen doel, - weder dienstbaar aan het _ I
andere; men heeft elkander noodig. Weinigen zullen lust hebben
om op te treden voor de cite. Desnoods eene geldelijke vergoeding, I jj
die zoovelen welkom zal zijn, en ’t `servituut wordt opgeheven of
de eisch ingetrokken.
Nog iets. ’·
Artikel 753 Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de erfdienstbaar- j`
heden te niet gaan, als het heerschende en het dienstbare erf in j
j eene hand ·vereenigd zijn. Indien nu de kooper van zeker erf,
ook de dat erf beheerschende erven koopt, dan verkrijgt hij alle i
vrijheid om b. v. den tuin vol te bouwen, wat hem vroeger door e
het servituut verboden was.
ww ‘ 3
(1) Rechtbank Amsterdam in het Paleis van Justitia 1882 bijblad no. 12. " {