HomeOver individueelen en gemeenschappelijken eigendom aan arbeiderswoningenPagina 34

JPEG (Deze pagina), 959.91 KB

TIFF (Deze pagina), 8.56 MB

PDF (Volledig document), 62.43 MB

30 r
komt de tijd van de moeccle periode, - de tijd dat de woning, ·
door toedoen van den eersten bewoner die eigenaar was, in andere `
· handen is overgegaan. De cite heeft dan ook bescherming noodig; ,
nog meer dan vroeger; het productief maken komt meer op den
voorgrond. r
Kan zij ook in dit tijdperk voldoende worden beschermd?
Het voorbeeld van Miihlhausen geeft bijna een reeds voldoend
antwoord. lk meen echter goed te doen met deze vraag toch te
onderzoeken, omdat, bij ontkennende beantwoording, dat voorbeeld
zeker meer waarde verkrijgt. ,
Het vroeger genoemde beding van weder-inkoop zoude het ratio- "
neelste middel zijn; het werkt, zonder twijfel, door de bepaling ` * ‘
van art. 1558 Burgerlijk Wetboek, tegen derden; doch, - buiten ·
het bezwaar van de waardevermindering, - het werkt te kort. i
Kunnen dan de ooor·wacw‘don, - met inbegrip van die omtrent de g
teruggave van de woning aan de maatschappij ingeval een der i
eigenlijke voorwaarden niet wordt nagekomen, - den eersten ;_
eigenaar opgelegd, ook niet in deze periode de noodige bescherming
verleenen ?
Ook hier weder moet worden onderscheiden, en wel tusschen .
de wijzen waarop de woning in andere handen kan komen.
Het antwoord is bevestigend, indien de eigendom is overgegaan
door erfopoolgmg; de erfgenamen zijn gebonden door die voorwaar- ;
den gemaakt door hem wien zij gerekend worden voort te zetten. _
Ten opzichte van overgang door verkoop, is het antwoord minder
bepaald. Het hangt te zamen met dat, te geven op deze vraag:
is die volgende bewoner, hoewel hij met den oorspronkelijken ver-
kooper niet onderhandelde, toch gebonden door die voorwaarden? l
kan de oorspronkelijke verkooper optrpden tegen dien tweeden, 1
en volgenden, kooper, en van dezen de woning terug eischen? '
Die vraag is in verschillenden zin door rechtscollegiën beant-
woord; het eene zegt: er is geen rechtsband tusschen den eersten >
verkooper en den tweeden kooper; het andere zegt: men wordt
verondersteld bedongen te hebben voor zijn rechtverkrijgenden, dus
de volgende kooper is wel gebonden aan de voorwaarden.
Die beslissingen betroffen destijds geschilpunten geheel, in hoofd- · ,
zaak, met het nu behandelde overeenkomende. A verkocht aan B l
een stuk grond, met de voorwaarde dat de kooper, voor hem
zelven en voor zijne opvolgers in den eigendom, uitdrukkelijk