HomeOver individueelen en gemeenschappelijken eigendom aan arbeiderswoningenPagina 30

JPEG (Deze pagina), 973.04 KB

TIFF (Deze pagina), 8.29 MB

PDF (Volledig document), 62.43 MB

l
l
26
een heide, tot weiland hervormd, zonder zorg aan zich zelf over-
gelaten, naar den oertoestand teruggaat, zoo keert ook hier de `ï
oude toestand terug; al het geld, al de moeite is vrij wel weg- j
geworpen.
Geschiedt het productief maken door verkoop, zoo wordt de kans g
op behoud er niet grooter op. En, laat ik er dadelijk bij voegen,
natuurlijk evenmin als verkoop een gevolg is van andere omstan- ä
digheden die voor de deur staan - verhuizen of boedelscheiding.
De verkooper zal in den regel gereede betaling verlangen; ver-
koopt hij, dan is het hem om ,,geld" te doen, niet om een weinig
rente. Een arbeider heeft meestal geen geld beschikbaar; dat de 1
maatschappij die bouwde zal terugkoopen, is niet waarschijnlijk; 5
het is niet zeker dat het goedgezinde kapitaal, dat kort geleden
hielp, nu weder zal helpen. Wel waarschijnlijk is het dus, dat
iemand wiens beroep het is zulke woningen er op na te houden
-- een huisjesmelker ­ als kooper zal optreden. Te meer, omdat
destijds aan die personen een middel van bestaan werd ontnomen, j
en zij dus een goeden prijs voor zulke woningen zullen geven om
hun bedrijf te kunnen hervatten. Van deze personen is allerminst E
instandhouding van den oorspronkelijken goeden toestand te ver-
wachten. De een heeft met den ander niets uit te staan. Van
ieder hunner is het doel, niet om aan de arbeidende klasse een f
goede huisvesting te blijven verschaffen; hun doel is geld te ver- ‘
dienen met de woningen, er uit te halen wat er in zit; iets wat 1
van hun standpunt zeer te begrijpen is, maar wat niet zal nalaten
' de cite te gronde te richten. ‘
Dat niet alles op veronderstelling alleen is gegrond, althans na
verkoop, leert de cite ouvrière te Muhlhausen; het model voor de
huisvesting der arbeiders met individueele eigendoms-verkrijging.
Er wordt medegedeeld (1) dat bij zóóvele woningen de tuinen zijn L
volgebouwd, dat een gedeelte van de wijk haar karakter verloren -·$f
j heeft; dat de huisjes, bestemd voor 1 gezin, soms door 3 worden Q
bewoond; dat in verscheidenen 20 personen huizen; dat de zolder-
verdieping wordt gebruikt als woning.
Misschien is het bericht overdreven; misschien heeft de opmer- _
king van mejuffrouw Mercier (2) waarde, of die veranderingen
(1) Zie Sociaal VVoekblacl n0. 20, 1887.
(2) Sociaal VVee7ïblac7 n0. 21. Terecht m. i. maakt mejulïrouw Mercier eenige
bedenkingen. Bij de vragen daar gesteld zonde ik deze willen voegen: wordt met