HomeOver individueelen en gemeenschappelijken eigendom aan arbeiderswoningenPagina 13

JPEG (Deze pagina), 915.85 KB

TIFF (Deze pagina), 8.58 MB

PDF (Volledig document), 62.43 MB

9)
noemd, als voorbeelden, de vereeniging ,,Help u zelven" te Leeu-
‘ warden, de eerste nederlandsche coöperatieve bouwvereeniging te
Amsterdam, de Eendracht te Deventer, die, hoewel geheel uit
arbeiders bestaande, toch de geldmiddelen hebben gekregen om
hun doel op min of meer groote schaal uit te voeren. -
. Wat nu de behandeling betreft van mijn onderwerp: ­- het is
' mijn plan de twee eigendomsvormen te bespreken:
ten opzichtevan de personen;
ten opzichte van de huisvesting, en .
ten opzichte van het doel zelf om den arbeider te maken tot
eigenaar van de woning die hij bewoont.
_ l.
Ten opzichte van de bewoners wijs ik in de eerste plaats op
den invloed welken de vorm van den eigendom kan hebben op de
1 orüïieid mn beweging, de Freizuzigkeit.
i De arbeider moet vrij zijn in zijne bewegingen; hij moet vrij
1 zijn om te gaan daar waar hij, hetzij door hooger loon of goed-
i koopere levenswijze, hetzij door geregelder werk, of om welke
reden ook, het beste kan leven. Wat ik reeds in 1873 schreef in
de Economist, is, meen ik, nog waar (l). Voor de regeling van
het loon is noodig dat de partijen gelijk staan; de balans betrek-
E kelijk de loonshoogte zal wel, behoudens schommelingen, in een
l. evenwichtstoestand blijven, mits zij vrij kan werken. Doch, feitelijk
li is, buiten andere omstandigheden, juist door den individueelen
i eigendom, de werking niet vrij. Rechtens blijft zeker de vrijheid
van komen en gaan bestaan. Feitelijk is dat niet het geval (2).
De woning is hem een blok aan het been. De arbeider kan haar .
(1) In mijne dissertatie, 1870, achtte ik dat gemis aan Freiziizigkeit niet als een
groot bezwaar in dezen. Sedert is er echter over het wezen van het arbeids-contract .
, een ander licht gekomen. Ik meen in ’t algemeen niet onvermeld te mogen laten,
dat ik omtrent meer onderdeelen van inzicht ben veranderd, sedert ik die dissertatie .
schreef, al opperde ik toen reeds bedenkingen tegen den individueelen eigendom.
(2) Nog dezer dagen (Febr. ’8S) las ik in een der duitsche bladen eene mededeeling
over de i1uweel­weverijen bij Crefeld. Die industrie wordt daar veel in huis gedreven p
met handweefgetouwen; zij levert echter weinig voordeel meer op; de arbeiders zouden
goed doen met zich te verplaatsen; maar, daar zij meestal in eigen woningen wonen, Y
wordt een verhuizing zeer bemoeilijkt.
‘ l
l