HomeOver individueelen en gemeenschappelijken eigendom aan arbeiderswoningenPagina 10

JPEG (Deze pagina), 955.21 KB

TIFF (Deze pagina), 8.37 MB

PDF (Volledig document), 62.43 MB

E
2 nr
~ E
s 6 I
l
bouvvmaatschappijen -- building socisties ·- (J) in Engeland; of
Wel, dat er eene maatschappij is die bouwt en ssns andere is dis 4
koopt; - een denkbeeld van Dr. Schultze-Dslitsch.
Doch onnoodig dit hier verder uit te Werken; (2) het sinds is i
dat elke Woning overgaat in den uitsluitendsn, den privatsn eigen- i
dom van den bsvvoner. A
Het eerst heeft msn te Mühlhaussn op dis Wijze gehandeld. e
Dat voorbeeld heeft navolging gevonden. In Frankrijk is dit P
zeer veel het geval; in ons land bestaan er versenigingen welke I
op dien voet zijn ingericht; (3) het rapport van de heeren Schaap
sn Beijen; dat zooveel opgang heeft gemaakt, is in dien geest ge-
schreven; in Duitschland is een der laatst mij bekende besluiten
in deze richting gevallen bij de Waiiderxrersammliiiig des bergi-
schen Vsreins für Gemeinvvohl; gehouden in Juni ’87 (Kölnlsehe ig
Zellnng 1887. no. 157).
Ondanks dis algemeene toepassing, levert toch hier de lnellvlclneele
of private eigendom ni. i. gsvvichtigs bezwaren op.
Een andere vorm komt mij vsrkieselijksr voor; namelijk een l
genzeenschappelülc eigendom.
Ik bsdosl hiermede dat; in plaats dat de bevvonsrsarbeiders, j
ieder voor zich; eigenaren Worden; dis ;;individusn" zich vsresnigen; Q
dat zij aandeel hebben in dis vsrssniging; dat zij svsnals eigsna- pj
ren; hun Woning; dss gevvenscht sn behoudens voorschriften om- ll
trent ds orde, levenslang sn, zoolang het noodig is om ds schulden ·
der vsreeniging te betalen; tegen een vasten huurprijs kunnen i
bevvonsn; maar; dat van ds woningen ds veveenlglng eigenares zij i
en, wat hoofdzaak moet zijn; blgve.
Slechts hoogst zsldsn is er in deze richting ists gedaan. Reeds
in mijns dissertatie, in 1870 verschenen, sprak ik daarover mijns
· verwondering uit; steeds is; stelselmatig kan msn bijna zeggen,
ds andere vorm besproken sn toegepast. J
Opmerking verdient het echter; dat reeds Huber in zijns ,;gen0s­ E
V {1) Zie over de Engelsche bouwmaatschappijen het werkje van von Plener: »Engli-
sche Baugeiiossenscliaftsxi." · ‘
(2) In mijn opstel in de Economist zijn meerdere wijzen van handelen;die besproken i
werden ter vergadering van het eisenacher congres; aangegeven. Ook het latere rap- T
port en de debatten van 1886 kunnen als leiddraad hiervoor dienen. `
(3) Zie het werk van mej. Mercier en het rapport van de heeren S. en B.; na dat
rapport zijn er nog meer vereenigingen op dien grondslag ontstaan.
. (