HomeVerbetering onzer handelsstatistiekPagina 28

JPEG (Deze pagina), 0.98 MB

TIFF (Deze pagina), 8.36 MB

PDF (Volledig document), 39.07 MB

`"H . l Y

18
recht van bestaan heeft, verlangt wel degelük specificatie. Voor ‘?‘
de vrachtberekening is de waarde een factor die niet mag worden
verwaarloosd. Bij een zelfde volume en gewicht geldt voor azijn
en champagne, talk en boter, petroleum en olijfolie, volstrekt niet
dezelfde vracht Op het vrachtcijfer hebben waarde, breekbaarheid,
gevaar, spoedeischende verzending grooten invloed. Daarom blijft
de opgave van de goederen naar hunne soort alleszins gewenscht.
Szfatistóek vom de /ra1rcZcJsb«zwcgmg.
VVat ons dadelijk in Mr. NABnn’s schema treft, is het ontbreken (
van de doorvoerstatistiek. Die statistiek kan niet geleverd worden,
zegt Mr. Wanna. Ziehier waarom niet (blz. 20). ,,Omdat wij ·
,,genoodzaakt zijn in het resultaat een vreemden factor op te
,,nemen, welks omvang wg niet kennen, noch ook kunnen hopen
,,te ontdekken: den blooten doorvoor waaraan onze handel vreemd
,,blijft . . Wie heeft het middel tot zijnen dienst waardoor men ,
,,in ieder bepaald geval ontdekt, of de doorvoer op order van een
,,Nederlandsch koopman, dan wel geheel en al voor vreemde rekening
,,geschiedt? Wie deelt ons het kenmerk mede waarnaar wij mogen ,
,,besluiten of de geconsigneerde als commissionair of als expediteur .
,,is op te vatten? Hoe te doen in de lang niet schaarsche ge-
,,vallen dat dezelfde persoon beide betrekkingen vereenigt? . . Het
,,zal ons genoeg moeten zijn als wij er in slagen van den invoer- en (
,,den uitvoerhandel betrouwbare gegevens over te leggen." i
Müne zienswijze wijkt in hare conclusie belangrijk af van het i
bovenstaande. Ik erken de bezwaren, door Mr. NABER in het _ j
licht gesteld, doch zie in diens splitsing van het verkeer de oorzaak
, waarom de bedoelde onnauwkeurigheden storend inwerken op de
“ uitkomsten die de handelsstatistiek aangeeft. Mijne opvatting van i
de function van den handel sluit geen rubrieken uit waarbij de
handel hoe ook (hetzij als handelaar, industrieel, reeder, co1nmis­
sionair, expediteur) betrokken is. Ik beschouw den doorvoer als
als den hoofilfactor van ons handelsverkeer en acht de statistiek
van den doorvoer ten minste even belangrijk (ook voor onze l
industrieelen) als die van den invoer tot verbruik. Het is waar, is
i de crjfers onzer officiëele handelsstatistiek spreken deze bewering
tegen; ieder weet echter, dat het officieel doorvoercijfer ver be- [
neden het cgfer blijft, dat den doervoer toekomt (zie blz. 7 +
Terneuzen).
l
‘ l