HomeOnze volksweerbaarheid, een nationaal belang bij uitnemendheidPagina 57

JPEG (Deze pagina), 624.54 KB

TIFF (Deze pagina), 7.08 MB

PDF (Volledig document), 44.90 MB

55
man jaarlijksche lichting van ruim 24.000 geoefenden meer,
en bij eenzelfden diensttijd doch 12.400 man jaarlüksche
lichting van ruim 37.500 geoefenden meer, zoowel om de
bestaande troepenafdeelingen op de organieke sterkte te
brengen als tot aanvulling der geleden verliezen en ter
vorming van reserve-troepenafdeelingen in tijden van oorlog. .
` De bedoelde noodwet behoeft slechts te bepalen dat
het in Art. 1 der Militiewet genoemde maximum getal
van 55.000 voor de sterkte der militie op 90.000 en het
in Art. 2 genoemde maximum getal van 11.000 voor de
= jaarlijksche lichting op 13.000 moet worden gebracht, ter-
wijl daarenboven in Art. 6 de diensttijd voor de ingelijfden
· bh de militie te land van 5 op 8 en voor die big de
. .militie ter zee van 4 op 7 moet worden bepaald. Andere
wijzigingen in de Militiewet zijn niet noodzakelük.
‘ " Zulk een noodwet moet en kan ons tüdelük helpen tot
dat de wetten, geëischt in Art. 181 onzer Grondwet
W gereed, aangenomen, en in werking zijn om ons te maken
ïtot een werkelük weerbaar volk.
i
l