HomeOnze volksweerbaarheid, een nationaal belang bij uitnemendheidPagina 51

JPEG (Deze pagina), 807.27 KB

TIFF (Deze pagina), 7.30 MB

PDF (Volledig document), 44.90 MB

. ri
49
we NASCHRIFT.
vv
VT
Wat moet er thans, ja als ’t ware op dit oogenblik
gedaan worden om - in afwachting dat de in Artikel 181
i' . onzer Grondwet gevorderde wet op den verplichten krijgs­
‘ dienst in werking zal treden -­ in de te kleine sterkte van
i ons leger en in het gemis eener deugdelijke legerreserve
l te voorzien? Ziedaar eene vraag, welke op de eene of
andere wüze spoedig dient te worden beantwoord.
Het tijdstip dat de bovenbedoelde wet in werking
3 zal treden is toch nog volstrekt niet aangebroken; zelfs
_ ä is bij benadering niet aan te geven wanneer het daar zal ` g
‘·‘ zgn. Is die wet al in bewerking? Het is mogelük, doch
. _ niet waarschijnlijk, maar al is het zoo, dan mag toch
niet worden vergeten dat er minstens drie departementen
° van algemeen bestuur, dat van Oorlog, dat van Marine
en dat van Binnenlandsche zaken, met die wet zijn ge- ‘
moeid, en dat als die drie departementen het eens zijn
geworden, dan eerst nog het advies van den Raad van
i State moet worden ingewonnen, alvorens de ontwerpwet
de Tweede Kamer der Staten­Generaal kan bereiken. Die
, ontwerpwet moet aldaar in de Afdeelingen worden onder-
zocht, waarop door de commissie van rapporteurs een
Voorloopig Verslag wordt uitgebracht; de Regeering zendt
j daarop een Memorie van Antwoord in, en dan is, na het
opmaken van een Eindverslag door bedoelde commissie, de
j zaak rijp voor openbare behandeling. Neemt men nu aan
i _ dat de ontwerpwet, al dan niet geamendeerd, doch verder
{ ongedeerd, uit het debat in de Tweede Kamer te voor-
ä schijn treedt, dan moet in de Eerste Kamer weder een
, 4

r