HomeOnze volksweerbaarheid, een nationaal belang bij uitnemendheidPagina 19

JPEG (Deze pagina), 884.90 KB

TIFF (Deze pagina), 7.30 MB

PDF (Volledig document), 44.90 MB

x .
s 17
Mei den oorlog aan de Republiek verklaarden om haar,
_ zoo machtig en rük door handel, scheepvaart en koloniën, {
[ geheel ten onder te brengen. Een verbond met het eertüds ·
H zoo machtige, thans zoo machtelooze Spanje kon toch niet ‘
u veel baten, terwijl eerst na de benoeming van Willem HI i
in Juli 1672 tot Stadhouder en Kapitein­Generaal de Keur-
M vorst van Brandenburg, een aangehuwde oom van den i
prins, een verdrag sloot met de Republiek om haar te helpen. ,
4 Het Fransche leger meer dan honderdduizend strüders
sterk, voortreffelijk geoefend en uitgerust, onder het opper- ‘
, bevel van Lodewük XIV en onder bevelhebbers als Conde, ·
I Turenne en Luxemburg, mocht wel den meest geduchten . .
vijand worden genoemd; de Munsterschen en Keulschen
· waren echter ook nog een twintigduizend man sterk.
. Gelukkig dat het gevaar hetwelk van de zeezüde dreigde,
i` werd afgewend door den gevoeligen slag, welke onze
E Michiel Adriaansz. de Ruijter aan de vereenigde Fransche g l
bj en Engelsche vloten den 7d@¤A Juni bü Solebay toebracht.
Het Staatsche leger, dat in den aanvang van 1672 op
ix ’t papier slechts ruim 37.000 man sterk was, kon niet in l ;
’ staat worden gerekend om aan de geoefende en talrijke ·
I Fransche keurbenden het hoofd te bieden. Daarbij kwam
T nog, dat in de Republiek een groote verdeeldheid op staat-
ä kundig gebied heerschte, gepaard aan een schromelijke
.' verwaarloozing der doode en levende strijdkrachten, waarbij
zich nog voegde de inmenging in krijgszaken van allerlei Y T
D regeerings­collegiën, zoowel van de provincien als zelfs van z
j de gemeenten.
il Die inmenging bond de handen der bevelhebbers zeer,
,j en hoewel het leger der Republiek in het begin van den
gï oorlog op een 50.000 man was gebracht, zoo was dit
lj ‘ zoodanig verbrokkeld in de vele vestingen en versterkte .
V plaatsen, waarvan de een na den ander door de onbe­ »
ll 2
l
ii
1