HomeArtikel 194Pagina 98

JPEG (Deze pagina), 701.67 KB

TIFF (Deze pagina), 6.00 MB

PDF (Volledig document), 63.58 MB

92
Zou dit iets beduiden, dan moest het verzet tegen onze
openbare school b. v. van menschen zonder kinderen af-
komstig zijn, die op grond hunner kinderloosheid vrijstel-
ling eischten van bijdragen tot het onderwijs. Hun zou
echter kort en bondig ten bescheid gegeven worden: al hebt
gü zelf geen kinderen, gij erkent toch zeker, dat goed
onderwijs een algemeen belang is; en eveneens erkent gij
toch zeker , dat goede handelswegen een algemeen belang
z§n, al drijft gij zelf geen handel. Doch van zulke en soort-
gelijke beschouwingen moeten we bij beoordeeling van den
schoolsträd geheel afzien, en ik spin ze dan ook niet ver-
‘ der uit. Er wordt geenszins gezegd: wü hebben van de
openbare school geen nut; maar er wordt gezegd: door ’t j
geen zij nalaat te leeren wordt zeer stellig afbreuk gedaan
aan onze innigste overtuiging. Er wordt niet gezegd: ’t is
onplezierig, te moeten betalen voor een kerkgenootschap,
dat mij onverschillig is; maar er wordt gezegd: ’t is on-
, redelijk, dat mün innigste overtuiging uit mijn eigen zak
bestreden wordt.
Daarom staan en vallen artikel 168 en artikel 194 met
elkaar. Ten minste ..... logisch. Doch al moest het on-
recht, op den een gepleegd krachtens artikel 168, blijven
bestaan; dit ware voor mü geen afdoende reden ter be- 4
o stendiging van etonrecht , op den ander gepleegd krach-
1 tens artikel 194. Kan eene kerk niet leven van de liefde-
1 giften harer geloovigen, en moet zä teren op hetgeen de
staatsmacht te haren behoeve anderen af dwingt, ’t is haar
gegund. Een klaploopende kerk is mij altoos liever dan
. eene, die onderdrukt. Met deze overweging zal ik mij maar