HomeArtikel 194Pagina 97

JPEG (Deze pagina), 695.50 KB

TIFF (Deze pagina), 5.91 MB

PDF (Volledig document), 63.58 MB

t
‘ 2 ä sê
91
t
heer Van Dam van Isselt in de zitting der Tweede Kamer i t
van 16 Augustus 1848 opmerken 1. Voor welke partüen? Q
Voor die van Thorbecke en .... voor die van Groen. De l
partä van dezen had toen ter tüd op staatkundig gebied ‘,
nog bitter weinig in te brengen, en van een >> opportn­
nistiseh" toegeven aan haar eisohen kan Thorbecke dus
· zelfs niet verdacht worden. Thans, zeven­en­dertig jaren
later, zän er weer liberalen, die met betrekking tot het
onderwäs hetzelfde willen als de antirevolutionairen. Is het
aanmatigend te onderstellen, dat in deze liberalen het be- l,
ginsel der ware vräzinnigheid voortleeft?
Van >>concessies" doen is geen spraak. Wä hebben een fout
te herstellen. In 1848 zijn van liberalen kant concessies gedaan
aan de benepenen, die de vrijheid niet aandurfden. In
1885 zou het liberaal wezen, die concessies te bestendigen? tt
Mü dunkt, het is onze plicht, vrijzinnig te zün ook
jegens hen, wier vrüheidsliefde wg te recht of ten onrechte « jg
wantrouwen. Op gemeene kosten overal een school te onder-
houden, door velen schadelijk geacht, is even groot onrecht
als op gemeene kosten ’t een of ander kerkgenootschap te
steunen, welks leer niet weinigen verderfelijk voorkomt. ill
Nu weet ik zeer goed, dat in een hedendaagschen staat
zonder verzet van iemand allerlei uit de openbare kas be- ' j V
taald wordt, waar niet iedereen voor zich zelven onmid­
dellijk nut van heeft. Zoo worden we gewezen op kanalen, j {
die we nooit bevoeren noch bevaren zullen, op dijken, die
j rivieren keeren, welke ons in geen geval bêdïêlgêü, €11Z­
1Ha11de1i11gen, II, bladzij 24.
tpf
er
ë bl