HomeArtikel 194Pagina 91

JPEG (Deze pagina), 687.01 KB

TIFF (Deze pagina), 5.91 MB

PDF (Volledig document), 63.58 MB

85
deraarster van godsdienst -­ haren godsdienst natuurlijk; rl
en bestrijdster van den verkeerden godsdienst, waar de
bijzondere scholen mee behept konden zänl
Zeker, een staatsgodsdienst te begeeren, is geen mis- jj
daad. Doch hoe kon in 1848 een liberaal met de meerderheid
meegaan, die zoo rondborstig verklaarde, dat de openbare
scholen dienen moesten om den invloed der büzondere
te temperen of te niet te doen? dunkt, dit laatste
werd ruim zoo goed bereikt door ’t bijzonder onderwijs te
verbieden. Maar dit durfden zelfs de conservatieven niet,
, en zij poogden nu met de eene hand terug te nemen wat j
zij met de andere huns ondanks gaven.
Hier ziet ge het derde lid van ons artikel 194 in wording.
Waar moet de regeering haar zonderlinge rol spelen van
te bestrijden wat zij toestond? >>In iedere gemeente zonder
onderscheid". De openbare lagere scholen mogen »nergens"
l ontbreken. Dit is duidelijk; en zegt het derde lid van
­ artikel 194: »Er wordt overal in het Rijk van overheids- j
wege voldoend openbaar lager onderwijs gegeven", dan l
kan over de beteekenis van >>overal" onmogelijk twijfel
heerschen.
De door Thorbecke en de zijnen in 1848 aanbevolen
vrijheid van onderwijs werd niet vertrouwd. Doch haar
uitdrukkelijk te weigeren was der meerderheid ook weer
te kras; vandaar een erbarmelijke halfslachtigheid. Dat is
de zaak. Daar volgt nochtans niet uit, dat een voorstander
der vrijheid van onderwijs noodzakelijk of een onvrijzinnig
mensch, of een overdreven idealist is, tot practische maat- ­
regelen onbekwaam.