HomeArtikel 194Pagina 90

JPEG (Deze pagina), 665.97 KB

TIFF (Deze pagina), 5.91 MB

PDF (Volledig document), 63.58 MB

84
dat deze nergens ontbreken en, door hare goede inrigting
en den geest van het dáár gegeven onderwäs, den nadee-
ligen invloed temperen of te niet doen der eigenaardige
gebreken, die misschien maar al te zeer vele nieuwe op te
rigten bijzondere scholen zullen aankleven. In dien geest
dus dringt de meerderheid er zeer sterk op aan, dat het
. bij art. 2 van wets·ontwerp X voorgestelde artikel eene
aanvulling erlange, hoofdzakelijk strekkende, om te be-
palen, dat het voortdurend tot de bäzondere zorg der
Regering behooren zal, om te waken, dat in iedere
gemeente, zonder onderscheid, van overheidswege voldoend
openbaar lager onderwijs worde gegeven" 1. V
, Met lofwaardige openhartigheid ontvouwde de meerder-
heid de drangredenen, die haar leidden. Het bijzonder
lager onderwijs kon wel eens een nadeeligen invloed
hebben. Daarom zorge de regeering voor onderwijs in
goeden geest. Zij vergunne bäzondere scholen; doch zij
tempere of vernietige den invloed van den kwaden geest, D
die er misschien heerscht. De regeering moest een bepaalden E
geest aankweeken; zij moest opvoeden. Dit was geheel in
den landsvaderlijken geest der Grondwet van 1814, welke
zeide: » Ter bevordering van Godsdienst, als een vaste
steun voor den Staat en ter uitbreiding van kennis is het
openbaar onderwijs op de hooge , middelbare en lage
scholen een aanhoudend voorwerp van de zorge der Regering" 2.
De regeering, door middel der openbare scholen, bevor-
1 T. z. p.
2 Artikel 140.