HomeArtikel 194Pagina 86

JPEG (Deze pagina), 662.90 KB

TIFF (Deze pagina), 5.91 MB

PDF (Volledig document), 63.58 MB

80 A
van het opkomend geslacht niet aan onwaardige handen Q
worden toevertrouwd" 1. E
Zoo dachten de liberalen in ’48. Hun geheele ontwerp »
van herziening misviel den ministers G. Schimmelpenninck
en G. Nepveu dermate, dat zij hun ontslag vraagden en
kregen. >>Tegen alle proselitismus, tegen alle misbruik,
dat mogt bestaan" - schreef gene naar aanleiding van ‘,
artikel 183 der Commissie - »kan door doelmatige wet- jj
ten gewaakt worden, doch de tweede alinea van het artikel j
schijnt de bevoegdheid tot het geven van onderwäs nage·
noeg voor een iegelük open te stellen en bevordert juist
het tegendeel van die vereeniging van onderwäs, welke
de ondergeteekende noodig acht", enz. 2.
De regeering hield zich echter aan het voorstel der Coin-
missie, met dien verstande, dat zij het onderzoek naar de lj
bekwaamheid tot de onderwüzers aan lagere en middel- j
bare scholen beperken, en ook naar de zedelijkheid van J
dezen onderzoeken wilde. Of soortgelijke bepalingen in een i
Grondwet thuis hooren , mogehier buiten beschouwing blü ven. G
Het regeeringsontwerp had dus: >>De inrigting van het
openbaar onderwüs wordt, met eerbiediging van ieders
godsdienstige begrippen, door de wet geregeld. Het geven
van onderwüs is vrü, behoudens het toezigt der overheid,
en bovendien, voor zoover het middelbaar en lager onder-
wijs betreft, behoudens het onderzoek naar de bekwaam-
heid en zedelijkheid des onderwüzers; het een en ander
door de wet te regelen. De Koning doet" enz.
‘ Handelingen. I, bladzij 222.
ï’·Bladzij 287,