HomeArtikel 194Pagina 85

JPEG (Deze pagina), 693.23 KB

TIFF (Deze pagina), 5.80 MB

PDF (Volledig document), 63.58 MB

K I I I IIIIWYFX
ve ·
als art. 183 der herziene Grondwet voorgesteld: >> De in- ;
rigting van het publiek onderwäs wordt, met eerbiediging ‘
van ieders godsdienstige begrippen, door de wet geregeld.
Het geven van onderwijs is vrij, behoudens het onderzoek
naar de bekwaamheid des onderwijzers en het toezigt der
overheid, beide door de wet te regelen. De Koning doet",
enz. » Met eerbiediging van ieders godsdienstige begrippen"
. stond reeds in het voorstel van 1844. En datrhet nieuwe
J tweede lid, al komt ook dit in de Proeve niet voor,
evenmin tot de >>wezenlijke punten" van verschil behoorde, K
. ` waar de Bijdrage van gewaagt, blijkt uit hetgeen daar
op bladzä 109 vgg. over het voorgestelde onderwijs­artikel
gezegd wordt, of juister: uit hetgeen er niet over gezegd ,
wordt. Immers, de vrijheid tot het geven van onderwijs
komt niet ter spraak. De uitdrukkelijke verklaring: >> het
geven van onderwüs is vrij ", keurde Thorbecke dus goed; ,
en dat zij zoowel in de Proeve als in ’t voorstel van _
1844 ontbrak, kan daarom slechts zoo verstaan worden, j
_ dat hü die vrijheid toen stilzwijgend erkende. ~
j De Commissie - en Thorbecke met haar -- aanvaardde
‘ openlijk en uitdrukkelijk het beginsel der vrijheid van onder-
I wüs. In haar Verslag aan den Koning van 11 April gaf zij
als haar oordeel te kennen: >>Publiek onderwüs is dat, het-
welk van overheidswege wordt gegeven. Dit mag echter
het algemeen regt om anderen te onderrigten niet hin-
deren, onder voorwaarde slechts, dat hü, die van onderwijs
zijn beroep wil maken, aan die proeven van bekwaamheid
en aan zoodanig toezigt onderworpen zg, welke aan het
* publiek eenige zekerheid schenken, dat de hoogste belangen
l
l