HomeArtikel 194Pagina 79

JPEG (Deze pagina), 667.16 KB

TIFF (Deze pagina), 6.08 MB

PDF (Volledig document), 63.58 MB

l
r ve 5
het gebied van zulk eene wetgeving is begrensd. Wanneer 3.
bekwame particulieren hinderde, instellingen van onder- ,
wäs zelfstandig op te rigten 1; wanneer zij deze in den i"
# vorm, de orde en methode der publieke gestiohten dwong;
" wanneer zij tot het bezoek van aangewezen scholen ver-
` pligtte; ging zü haar regt te buiten, en schaadde zg het
nationale onderwüs, dat zij moest bevorderen" 2.
° In ­'t volgend jaar, 1840, zag Thorbeeke’s Proeve i i
van herziening der Grondwet volgens de Aan- t
teekenin g het lieht. Meer afdoende dan alle beschouwingen
i_ over ’t geen de Aanteekening omtrent. het vraagstuk
behelst, is, dat Thorbecke in die Proeve het artikel
­ aangaande het onderwäs (192) eenvoudig als volgt redigeerde:
(y · »De inrigting van het publiek onderwijs wordt door de
wet geregeld. De Koning doet van den staat der hooge,
middelbare en lagere scholen aan de Staten­generaal jaarlijks .
Q een uitvoerig verslag geven". De bedoeling was blnkbaar, {
' _ bekwame particulieren niet te hinderen in het zelfstandig *
oprichten van instellingen van onderwijs, noch hen te
dwingen, in den vorm, de orde en methode der publieke l «
gestichten, m. a. w., hen in dien vorm, die orde en methode
vrij te laten.
De weinig beteekenende herziening der Grondwet, in
K 1 Hier deed hij bij opmerken: ,,Eenc belemmering, wel niet regtsstreeks
voorgeschreven bij de wet van 3 April 1806, doch waartoe aanleiding kon g
worden genomen inzonderheid uit art: 12 en 13 Ten derden". (Zie
boven, bladzij 36-38).
2 Bladzij 297.
èn
1