HomeArtikel 194Pagina 70

JPEG (Deze pagina), 671.29 KB

TIFF (Deze pagina), 5.99 MB

PDF (Volledig document), 63.58 MB

__;__ __ ...,.,,""`,;·....,,.,.,.."` à` 'Y ' 1
J
FE 64 z X
beduidt eenvoudig, dat deiregeering niet bevoegd is >>om
de leden van den staat tot gebruikmaking van het door i j _
j haar geregelde onderwäs met eenigen dwang te verpligten", { T
_ - zooals reeds in 1829 gezegd werd 1.
Doch nog iets anders werd reeds in 1829 gezegd. »Gel§k g
zulks i11 vroegere tijden plaats had, zoo zien ook nu nog
j büzondere leden van den staat, hetzij individu’s, hetzij _
corporaties, soms verder dan de regering, en zijn niet _i
l zeldzaam gelukkiger in de daarstelling van zoodanige in- ‘ T
g rigtingen van onderwijs, als het algemeene staatsbelang
ze behoeft. De regering zal in dergelijke bemoeüingen van
de verlichte leden des staats te gemoet komen, en er van "
willen leeren. Verre van hetgeen in dezen buiten haar
‘ onmiddellijk toedoen reeds geschied is, of nog geschiedt,
t tegen te werken, zal zulks als eene aanvulling harer
eigene werkzaamheid behandelen. Ja" - let wel - >> het
omgekeerde zou kunnen stand grijpen, dat, van wege het ‘·
overwigt en de voortreffelijkheid der voorhandene particu-E
liere gestichten, de zorge der staatsmagt voor de opzette-
_ lijke instelling van scholen slechts eene aanvulling zou l
behoeven te wezen van het werk der staatsleden" 2. «
Thorbecke onderstelde dus de mogelijkheid van zoo voor-
treiïelüke bijzondere scholen, dat de openbare slechts ter `
n aanvulling behoefden te dienen; altüd behoudens »het door
niemand betwiste toezigt" op de gezamenl§ke scholen.
Tegenover zulke voortreffelijke büzondere scholen ware het
1 Over het bestuur van het onderwijs, enz., bladzij 30-31.
2 Bladzij 32-33.
LQ.; .,,. t e