HomeArtikel 194Pagina 69

JPEG (Deze pagina), 632.98 KB

TIFF (Deze pagina), 5.98 MB

PDF (Volledig document), 63.58 MB

lv ;
r es
‘ verband te brengen, dat zij doelmatig in elkaar vatten, p
’ en elkander behoorlük ondersteunen. i l
" 3. Daar in de meeste gevallen aan de leden van den
jj staat de middelen en de eenheid ontbreken, om de inrig­ l
tingen, welke het onderwijs eischt, met eenige volledig- i
A heid daar te stellen, en in stand te houden, zoo rüst voor
j de regering de verpligting op, om het ontbrekende aan i
te vullen" 1.
‘ De eerste dezer stellingen lichtte Thorbecke nog nader
I toe; en zijn redeneering samentrekkende schreef hij: >>De
leden des staats hebben er het volste regt op, dat door de 1
regering in de hulpmiddelen en inrigtingen, welke het ,
j onderwijs op al deze stukken eiseht, voorzien worde. Zij
regelt de gestichten van onderwijs, door haar gevestigd,
*5 volgens hare beste inzigten en goedvinden, en onderwerpt
j diegenen, welke er gebruik van maken, aan de wetten
p en verordeningen, voor die gestichten vastgesteld" ’. ‘
E Zoo sprak hij in 1829. En in de Aanteekening op
de Grondwet sprak hij niet anders. >>Het is der over-
l heid bü uitstek waardig, licht te verspreiden; het is publiek
belang" 3. Wie uit de bekende plaats in de N arede zou Z i
willen afleiden, dat de overheid zich volgens Thorbecke
1 met het onderwijs niet heeft te bemoeien, zon zich dan
‘ ook erg vergissen. Ongetwäfeldl ~ dat op dit gebied
i »burgerlijk overheidsgebod of dwang niet te pas komt ",
j 1 Bladzij 29.
3 2 Bladzij 30. `
X 3 H, bladzij 296.

, 1./