HomeArtikel 194Pagina 65

JPEG (Deze pagina), 591.89 KB

TIFF (Deze pagina), 5.96 MB

PDF (Volledig document), 63.58 MB

, ä
‘ Ki;.
1 59
het ondervvüs, onder de noodige voorzorgen, meerdere rui-mte

verleenen, en verlangende tevens den voortgang van het gl
.. i
lager onderwijs meer en meer te bevorderen". gj
¤ . . 5 ,
De strekking was dus dezelfde als die van het wetso11t-
werp. De regeering wensehte aan het onderwäs meer vrij-
‘ heid te geven. Zg wensehte die, blijkens sommige bepalingen,
ook aan het lager onderwijs te geven. Of deze bepalingen
. : 1
- doeltreffend waren, gaat ons niet aan; ’t is ons louter om
het voornemen, den heersehenden geest te doen. 1 il
I
« id
F l
i
= IV ë
~
I', Het wetsontwerp van 26 November was nog bn den
W Raad van State, toen in 1829 bü VV. C. Wansleven te ·
Zutfen een naamloos gesehriftje Over het bestuur van
het onderwgs in betrekking toteene aanstaan-
C ;il
1 ’t Is mij bekend, dat in het Verslag van den Minister van n`
Binnenlandsehe Zaken, betrekkelijk het onderwijs, van 30
Januari 1829, gezegd werd: ,,'l‘en aanzien van het lager onderwijs zijn er
. in het geheel geene klagten aangeheven. Men weet den voortgang van dit
a onderwijs en de gunstige gevolgen daarvan te waardeeren. Ook is in der daad ,
.` daaromtrent zoo vele vrijheid gelaten, dat aan niemand, redelijker wijze, i
iets te wensehen kan overblijven". Intussehen bedoelde zoowel het wetsontwerp lj
van 26 November 1829 als het besluit van 27 Mei des volgenden jaars ook ,l
op het lager onderwijs vrijgeviger bepalingen toe te passen. Dit is op zich Y
jl zelf reeds voldoende om ons het geloof aan de algemeene tevredenheid, waar i
if de Minister van gewaagde, te ontnemen. Q
F,
W j
l`
gj
. t