HomeArtikel 194Pagina 64

JPEG (Deze pagina), 704.13 KB

TIFF (Deze pagina), 5.97 MB

PDF (Volledig document), 63.58 MB

deze vooral zoo gevaarvolle misbruik eener betamelijke vrüheid
te bezitten; en Onze opregte begeerte om, voor zoo verre zulks
met Onze pligten overeenkomstig is, aan de geuitte wen- C
schen voldoening, en aan de bestaande meeningen geen
aanstoot te geven. De overweging van dit alles zou on-
overkomelijke zwarigheden opgeleverd hebben, indien men '
niet alle de deelen van het ontwerp aan ééne hoofdgedachte
i ondergeschikt en één hoofdbeginsel, dat van vrüe uitoefening, ‘
overal ten grondslag had gelegd. Evenwel heeft dit beginsel
in zoo verre beperkt moeten worden, als de welvaart en
de zekerheid van den Staat dit vereischen ; en wordt daarbä
aan ons overgelaten, om, ter voldoening aan hetgeen ons A `
opgelegd is, in het geheele Rijk een openbaar onderwijs t
te behouden, evenredig aan de verstandelijke en zedelijke I
behoeften der natie, en hetwelk evenmin van de wisselval­ ’
ligheid der büzondere inrigtingen afhankeläk is, als het _
hare oprigting en meest mogelüke ontwikkeling belet." I"
ij De bedoeling was dus, aan dat gedeelte van het openbare g,
onderwijs, ’t welk wg tegenwoordig >>bijzonder" noemen,
.g grootere vräheid te geven. Nadat de Tweede Kamer den
Koning verzocht had, zün voorstel in nadere overweging =
te nemen, en hg het daarop had ingetrokken, verscheen
het besluit van den 27St¤¤ Mei 1830, houdende wijzigingen
j in de bestaande bepalingen omtrent het onderwäs. Het .
tweede lid van den considerans luidde: >>willende al aan- .
stonds, bij wüziging der bestaande verordeningen, het
daaromtrent in onderscheidene gedeelten van het Rük be-
staande verschil, ten aanzien van sommige bepalingen, [L
doen ophouden, en aan de beginselen van vrüheid nopens iï
` r.
2 l
F in
l 5
j
_, ,__, __ .