HomeArtikel 194Pagina 62

JPEG (Deze pagina), 667.49 KB

TIFF (Deze pagina), 5.97 MB

PDF (Volledig document), 63.58 MB

56
verschillend geloof ook verschillende openbare scholen eischt 1. 3
Dit is nochtans onjuist. Het besluit van 10 Mei 1817 ,
schreef in paragraaf 5, onder letter e voor: >>dat de E ii
kinderen die op godsdienstige armen-scholen onderwijs i J ­
genieten, ook de stads armen­seholen frequenteren, en dat
_ op plaatsen, waar laatstgemelde of andere derzelver plaats- ·
i vervangende inrigtingen ontbreken, het lager onderwijs
bij het godsdienstige zal worden gevoegd, en in zoo verre
de godsdienstige school tevens aangemerktals eene
openbare lagere sehool". De godsdienstige school,
je welke tevens als openbare lagere school aangemerkt werd,
was dus uitzondering en diende tot behulp. Waar de ge-
legenheid bestond, moesten de kinderen der a1·me Israëlieten ‘·
de gewone openbare lagere school bezoeken, ’t geen echter
11iet belette, dat ook daar ter plaatse de inrichting hunner i
i godsdienstige scholen door de regeering, in overleg met
>>de daartoe meest geschikte Rabpnen", geregeld werd.
1 De ondersteuning van de godsdienstige scholen der Israëlieten («
il: _uit openbare kassen is een ander vraagstuk, ’t welk ik "V
hier moet laten rusten. Slechts zü aangestipt, dat het I
besluit uitdrukkelpk in aanmerking nam den onwil van j
de meeste gegoede Israëlieten om die scholen te bekostigen- I i
4 zagen reeds, dat de wet van 1806 volstrekt niet ,
bp alle Protestanten bpval vond. De orthodoxen dier dagen
hadden er bitter weinig mee op. Godsdienstig onderwäs,
ook voor Katholieken geschikt, en tot het ontvangen
1Dc school waaraan de uatie gehecht is, Amsterdam, 1876. F
1% Biaazaj 57-ss, {
Q.
al l
, “_~_____________________r __-_,_i__r-._ ...... ...1.. _ i ·