HomeArtikel 194Pagina 57

JPEG (Deze pagina), 635.84 KB

TIFF (Deze pagina), 5.93 MB

PDF (Volledig document), 63.58 MB

i ei Q
en dat het onderwijs in lezen, schrijven enz. alleen als
jj middel daartoe, en dus niet als eindelijk oogmerk van het
L schoolgaan beschouwd moet worden"1. .
T Van Zeeland heet het in 1808: >>Waar de Schoolonder­
wijzers liefhebbers zijn van het Sehoolonderwijs, en der
g Schoolverbeteringe toegedaan, Adaar slijten doorgaans de
vooroordeelen meest; inzonderheid de vooroordeelen opzigte­
j lijk het Godsdienstig onderwüs; daar men moet toestem-
E men, dat, waar het onderwijs naar Art. 22 van het Regle-
ment voor het Lager Sehoolwezen en Onderwijs wel wordt
ingerigt, hetzelve, uit een Godsdienstig oogpunt beschouwd,
het voormalig zoogenaamd Godsdienstig Onderwijs in de
I Scholen oneindig te boven gaat" 2. j
In ’t volgend jaar vernemen we uit Maasland: »Er
1 zijn verscheiden Onderwüzers, die zich met moed verheffen T
j boven onkunde en vooroordeel, waarmede zg te worstelen j,
è hebben, en die zich gaarne eenige opoffering getroosten, Z
V ,. om nuttig te zgn aan de groote zaak der opvoeding van ‘
het aankomend geslaeht" Uit Zeeland hooren we: »Het O
getal van Schoolonderwüzers, welke een beter denkbeeld
j van den aard van het verbeterd Schoolonderwüs hebben ,
vermeerdert, inzonderheid op de Dorpen; maar de voor-
oordeelen hunner Gemeenten en hunne afhankelijkheid van _
dezelve houdt hen nog op te vele plaatsen in de uitoefe-
çg 1 Bladzij 287. ,
2 Bladzij 289-290. (Het aangehaalde artikel werd hier op bladzij 38
j meegedeeld).
3 Bladzij 343.
j
Y.
`
. »i
· ea?