HomeArtikel 194Pagina 24

JPEG (Deze pagina), 707.24 KB

TIFF (Deze pagina), 6.04 MB

PDF (Volledig document), 63.58 MB

­­­­ «~­»· r ‘@­_­___
` 18 R
` vierde lid iets toestaat, waardoor die bemoeiing der over-
heid geheel overbodig worden kan. j
Bij het geven van onderwijs vangt de taak der overheid l
eerst aan, waar bijzondere vereenigingen en personen te kort F
A schieten. Niets anders leerde de minister Pänacker Hordijk, ij
en niets anders leerde Thorbecke, naar wien hij verwees.
j >>Eene eerste wet [voor den Staat] is onthouding; onthouding
van hetgeen züne roeping als regtsvereeniging te buiten Al
ij gaat. Het znnuin wezen, bestemming en middelen andere
levensmagten dan de Staatsmagt, welke de kerk, het j
j onderwijs, wetenschap, kunst maatschappeläk te vorn1en
ä en te besturen hebben; magten in wier sfeer burgerlijk
= overheidsgebod of dwang niet te pas komt". `
Het was op deze plaats uit Thorbecke’s Narede, dat " ·j
de heer Pänacker Hordijk zich in de zitting der Tweede ` j
Kamer van 28 September ’82 beriep. Hä wenschte zich
te houden aan ’t beproefde liberalisme van een Thorbecke, ‘
` >>misschien in de meening van sommigen door jongeren
[ overschaduwd", doch naar wiens evenknie wg nog altoos
I even verlangend uitzien als drie jaren geleden.
Op onderwijsgebied komt volgens Thorbecke »burgerl§k j ·
l overheidsgebod of dwang niet te pas". Maar wij dwingen l
_ niet, zegt gij; wij laten het büzonder onderwijs vrij. Dat `
¥ is juist het beginsellooze uwer manier van doen. Dwingt li
V - dan past gij een beginsel toe. Laat vrij ­ dan past S
9 gij een ander beginsel toe. Doch richt het derde lid niet in
T alsof gn ten aanzien van het lager onderwäs hiet beginsel
van dwang aanvaarddet, terwijl het vierde slechts met het j
beginsel van vrijheid te rijmen valt. Beweert des noods,
lj
E
E
i ‘l
ik i i _ o o M oroo i r