HomeBeschouwingen over art.168 der Grondwet en de voorstellen tot herzieningPagina 9

JPEG (Deze pagina), 617.50 KB

TIFF (Deze pagina), 5.44 MB

PDF (Volledig document), 46.59 MB

l

3
tineerd worden, begeeren we ten minste te weten
waarom." En, voegt hij er b§: ,,zoo gaat het ook ’
gg mü. Wijl ik belasting betaal, verlang ik ten minste
l te weten waarvoor." Welnu, daar zgn er, en onder
hen behoor ik, die nog sterker zouden kunnen spreken;
aldus: ,,wijl we niet alleen belasting betalen, maar
t bovendien ook nog gevaar loopen van min­aardig ge-
guillotineerd te worden, begeeren we ten minste te zeg-
Q gen, waarom we daar niet zoo erg mede ingenomen zijn."
Daar is ten tweede een zijdelingsehe uitnoodiging
ill? van de Staatsoommissie voor Grondwetsherziening zelve,
die ook U onder hare leden mocht tellen. Aan het
slot toeh van haar rapport aan den Koning l) wordt ‘
l de wenseh door haar uitgesproken, dat het Züner
. Majesteit ,,behagen moge, openbaarmaking van dit ,
rapport en de afzonderlüke adviezen te bevelen, opdat j
deze worden onderworpen aan het oordeel der open- p
äll bare 1neening. Wrüving van denkbeelden" -­ zóó l
j` wordt er bijgevoegd ­­- ,,zal... bijdragen tot het
bereiken van het doel, dat Uwer Majesteit voor oogen .
j stond, toen zij besloot, omtrent Grondwetsberziening
ons oordeel in te winnen.” Welnu, aan dien wenseli E
V? is voldaan; en ik mag mij er dus van overtuigd hou- j
eden, dat ,,het oordeel der openbare meening" en de j
"l ,,wrijving van denkbeelden," gelijk die, zij het ook j
voor een zeer klein en zwak gedeelte, mede in de
1) Zie het Verslag der Stawtscomxnissie. Olücieele uitgave. ’s Graven-
j hage. Van Weelden en Mingelen. 1884. (bl. 28).
l
i`