HomeBeschouwingen over art.168 der Grondwet en de voorstellen tot herzieningPagina 81

JPEG (Deze pagina), 549.64 KB

TIFF (Deze pagina), 5.35 MB

PDF (Volledig document), 46.59 MB

. 75 .
. , en hoe ze ook zouden kunnen oprgzen, is mg een
t' raadsel. Onaangenaamheden in de Kerk? Maar ge-
5 steld dat ze er waren naar aanleiding van dat artikel,
heeft de Staat zich daarmede te bemoeien, en zouden t
ze er minder zgn indien het ging naar ,,Ons Program"?
Ten tweede. Op de aangehaalde woorden volgt dit.
”Wie er aan raakt" (er is altoos nog sprake van art. i
168) ,,steekt zgn hand in een wespennest, en moet uit i
plichtbesef er den giftigen angelsteek voor over hebben". _
jj Ziedaar het heete hanggzer op eenmaal veranderd in '
l een vvespennest. Wat erger is, weet ik niet. Maar r
wel komt het mg voor, dat het nog zoo heel verkeerd
‘ niet wezen zou van onze staatslieden, indien zg in t
; allen ernst de vraag nog eens in overweging namen:
.1 ,,zou het niet verstandig zgn, de handen te houden 1
_ buiten het wespennest?" en als zg aldus vóór alle
i dingen nog eens te rade gingen met het plichtbesef, ‘
" of dit werkelgk vermaant, zich den giftigen angelsteek
voor de zaak te getroosten. i
Mgne conclusie heeft men reeds geraden. Had ik
,, een stem in de zaak, ik stemde, uit pliohtbesef, voor ,
j het behoud van art. 168, of, wilde men met alle ge-
, weld wat anders, dan zonder twgfel voor het regee-
rings-voorstel.