HomeBeschouwingen over art.168 der Grondwet en de voorstellen tot herzieningPagina 79

JPEG (Deze pagina), 590.22 KB

TIFF (Deze pagina), 5.42 MB

PDF (Volledig document), 46.59 MB

è
_ 73
ligt ter inschräving in een der grootboeken voor de
i nationale schuld, ten name van? .. Van de onderschei-
B dene gezindheden, zegt de heer Beelaerts. Voorzeker.
Maarwie en wat moet in dit concreet geval daaronder
worden verstaan? Ik heb bepaaldelijk het oog op de
dreigende toestanden en reeds bestaande verwikkelingen
in de Hervormde Kerk. In 1834 beslist een Minister,
_ belast met de zaken voor den hervormden eeredienst,
E dat de kerken en kerkelijke goederen te. .. behooren
aan het hervormd kerkgenootschap, niet aan de her-
vormde gemeente 1). Wat nu zou daaruit volgen bg
toepassing van dat beginsel op die goederen, die tot
onderhoud der geestelüken hadden gestrekt? Om dezen
toch ware het bij teruggave te doen.
De een zegt: ze zijn Staatseigendom geworden met
vruchtgebruik der Kerk. Neen, maar gemeente-
l eigendom onder curateele van den Staat, zegt een
`ji ander 2). In eene ministerieele aanschrijving aan de
( Provinciale Collegiën van toezicht (25 Augustus 1827)
ll heet het: ,,dat de door de gemeente alzoo aan den
ä predikant toegekende nieuwe toelage niet als tüdelijk
of personeel zij aan te merken; maar dat dezelve toe-
l lage vast en altgddurend aan de Predikantsplaats (zonder
dat een bijzonder persoon daarbü in aanmerking kan
E komen) moet zün verbonden" 3).
1) Hnmmnmv. t. a. p. bl. 111.
2) Dr. Kuvrnnz de ker/telg/ce_qoederen· bl. 6 (noot.)
Q1 3) Hoomxnz t. a. p. bl. 384.
I
t
1