HomeBeschouwingen over art.168 der Grondwet en de voorstellen tot herzieningPagina 71

JPEG (Deze pagina), 616.98 KB

TIFF (Deze pagina), 5.39 MB

PDF (Volledig document), 46.59 MB

l 65
v p recht - quod negatur. Is het niet verschuldigd,
dan handelt de Staat onwettig door het weggeven van
millioenen, terwijl de Kerk zich verlaagt door het
aannemen van een aalmoes!
·_ Was het misschien ook met het oog op dit dilemma
A dat Thorbecke in de zitting der Tweede Kamer van .
`_ 6 December 1869 gezegd heeft: ,,Ik spreek niet van
‘ eene massale uitkeering van de geldelijke toelage des
E Staats aan de Kerkgenootsohappen, en ik noem nu
dit punt alleen, omdat de Heer Luyben het als een
ll gevoelen van de liberale partij deed voorkomen, dat in
massa uitgekeerd wierd, opdat elk kerkgenootschap dan
meester ware, de gelden naar goedvinden teverdeelen.
I Wat mg betreft, ik ben daar niet voor, en onder de
E p liberalen in de Kamer heb ik er mogelijk een, twee
drie welligt, ontmoet, die het denkbeeld voorstonden"? I)
_ 2°. Het is in strücl met het Smatsbelomg.
` Ik bedoel nu niet het finantieel belang. Daarvan
zal ik zwügen. Wie lust mocht hebben in een becü-
p fering, ’t zij hem van harte gegund. Maar ik spreek
; nu van het Staatsbelang in hoogeren zin, het moreel
X belang zoo gij wilt, ja men zou kunnen zeggen het
. bestaansbelang. Of zou de Staat geen belang hebben
‘ bij den arbeid, die verricht wordt door de onderschei-
dene Kerken, het aankweeken en onderhouden van
j den godsdienstigen en moreelen zin der burgers? Ik
i geloof niet, dat er velen zijn, die het zouden durven ont-
l) Zie HEEMSKERK: de pmktäk onzer Grondwet (ad, art. 168).
5
ä
ä e