HomeBeschouwingen over art.168 der Grondwet en de voorstellen tot herzieningPagina 64

JPEG (Deze pagina), 590.61 KB

TIFF (Deze pagina), 5.37 MB

PDF (Volledig document), 46.59 MB

f I
T
58 ’
ii rechten zijn, al dan niet. Uiterst onzeker en dispu­ l
t tabel blijkt dus de rechtskwestie. De één zegt: ,,de `
fl Hervormde Kerk trad rechtens in de plaats der Room-
Z. sche als eigenaar." Anderen stellen het aldus voor: j"
. ,,neen, de Staat werd eigenaar. Het politiek gezag v
H had alles wat de Roomsche Kerk bezeten had geëi-
’l gend, om het te bezigen voor hetgeen staatsdoel was,
r waartoe óók behoorde het bekostigen van den eere-
l dienst. Al waren er in ’t geheel geen goederen te
Ii eigenen geweest, de Staat zou evenwel gezorgd hebben l
voor het bekostigen van den eeredienst, zooals hij dan l
ook aanhoudend de tekorten van die goederen uit
eigen kas aanvulde" 1). Wie heeft gelijk? Wat zegt
de Staatscomxnissie er van? De meerderheid verklaart,
lg, dat men ,,tot op zekere hoogte" van verkregen recht ,
kan spreken, en dat ten aanzien van de uitkeeringen, Q
lf volgens de tweede alinea geschonken, een beroep op l
jl de ,,billijkheid" mag gedaan worden 2). De heeren S
já de Geer en Lohman schijnen het te ontkennen 3), al- l
l hoewel ik niet begrijp, wat dat tot op zekere hoogte · i
en dat beroep op de billijkheid hun juridischen zin l
zou kunnen schaden, terwijl ik bovendien constateer,
i dat de laatstgenoemde elders 4) een pleidooi voor zijn
, en prof. de Geer’s advies geleverd heeft, geheel buiten
1) Zie o. a. Hmmtxm; t. a. p. bl. 197. .
2) Verslag. bl. 26.
A` 3) Verslag. bl. 68. ‘
' 4) In de Banier van 22 Maart, l884. 4
I
l l