HomeBeschouwingen over art.168 der Grondwet en de voorstellen tot herzieningPagina 61

JPEG (Deze pagina), 605.09 KB

TIFF (Deze pagina), 5.42 MB

PDF (Volledig document), 46.59 MB

O
_ 55
konden geven" l). En wat hij verder opmerkt met `
het oog op het geschil over het beginsel, het al ofniet
erkennen van privaat- of publiekrechtelijke verplich-
`ji tingen, het is ook, naar ik meen, volkomen van toe- ­
« passing op de uitvoerbaarheid, of liever onuitvoerbaar­
heid, van den voorgestelden maatregel. ,,Men torne
niet aan hetgeen reeds lang is uitgemaakt en voldongen.
Men roepe niet op nieuw eene zee van vragen en ge- i
schillen in ’t leven, die ieder ter goeder trouw, naar
i mate van zijn standpunt, met behulp van wijsgeerige i
7 bespiegelingen, of om redenen van vermeende billijk- T
heid, of op gronden van privaat- kerkelijk- of publiek j
l regt, anders zal oplossen. Men moge beweren, dat
l de knoop niet behoorlük is losgemaakt, maar ruw door-
j gehakt ­- de knoop bestaat niet meer" 2). Ziedaar
i een waar woord: de knoop bestaat met meer. Wie
j zal hem weer leggen zooals hü geweest en geworden l
j is, en zooals hij bestond op het oogenblik, dat hij werd
; doorgehakt? En daarmee toch zou men moeten be-
r ginnen, om hem op behoorlijke wüze weer te kunnen _
i losmaken. Maar zou het dan niet verstandig zgn, er
maar niet aan te beginnen? `
En dan verder: wie zouden moeten worden aange-
merkt als ,,de rechthebbenden" ? De kerkgenootschappen?
Of de gemeenten? En dan weer die gemeenten in
of ook buiten de bestaande organisatie? 3) Wie gevoelt
1) t. a. p. bl, 34.
2) t. a. p. bl. 41. `
3) Zonder overigens op deze kwestie te willen ingaan, acht ik het
9 .