HomeBeschouwingen over art.168 der Grondwet en de voorstellen tot herzieningPagina 59

JPEG (Deze pagina), 606.45 KB

TIFF (Deze pagina), 5.37 MB

PDF (Volledig document), 46.59 MB

==w=·‘?~­~=·-·l~ . . .e _, . ...­-vh giftig`)?-­­..­­s­»-·¤­·e­e­­==¤¤ _
E 53
E mag - want ik behoef dat nu niet te beoordeelen - `
dit staat vast boven alle tegenspraak: als het komen
; moest tot een onderzoek, men zou, hoe meer ,,omstandig"
j het werd, alras tot de ontdekking komen, dat men er
in, - maar onmogelijk kan uitkomen. Men komt te
staan voor eene hopeloos gecompliceerde historie.
· Toen bij de invoering der Hervorming hier te lande
de roomsche kerk uiteensprong en zoo goed als ver-
l dween, trok de Staat de meeste kloostergoederen
L als onbeheerd goed, bona vacantia, aan zich, en naastte
ook een groot gedeelte van de zoogenaamde geestelijke r
i goederen, oorspronkelijk, zooals het heette, ad pios usus
l bestemd. Een gedeelte echter van deze laatsten bleef ;
E onder het beheer der hervormde Kerken, die beschouwd
g, werden als opvolgsters van de roomsehe. In 1798 ver- H
klaarde de Staatsregeling alle geestelijke goederen en l
L fondsen nationaal, en het decreet van Lodewijk Na- V
dat de kerk, in het bezit van alles waarop zij kon geacht worden eenig
regt te hebben - want de kerkelijke goederen had zij ongestoord be-
zeten - nu voortaan voor hare predikanten , hunne weduwen, kinderen l
enz., zelve in het zuider quartier van Holland zorgen moest, dan zou
de kerk in de allergrootste ünanciëele ongelegenheid zijn geraakt.
Zoodanig eene scheiding is dan ook in dien tijd, toen het geestelijk `
kantoor van Delft werd opgeheven, door niemand verlangd. Het was »
voor lateren tijd bewaard, om klagten aan te heffen, dat de Staat bij
die gelegenheid zich zou hebben verrijkt met de goederen der Hervormde
Kerk. Ik geloof dat het alleen is toe te schrijven aan de weinige kennis
die velen van de zaak hebben, als heden dezelfde klagten nog wel worden L
geh0ord."
{7