HomeBeschouwingen over art.168 der Grondwet en de voorstellen tot herzieningPagina 55

JPEG (Deze pagina), 604.98 KB

TIFF (Deze pagina), 5.43 MB

PDF (Volledig document), 46.59 MB

1
ll
9 ‘ 49
derland? En al kwam er tienmaal een scheuring,
, waarom zou de Staat zich niet kunnen onttrekken aan
‘ de taak om te beslissen, wie rechtens de door de
E i Grondwet aan de gezindheden gewaarborgde subsidiën
zou moeten hebben? Ik meen, dat de Staat zich aan
die taak niet slechts zou kumaen, maar zou moeten
Z onttrekken, de klagers alleenlük naar den rechter ver-
. wijzen. De Staat heeft zich niet te mengen in kerke-
I lijke geschillen; en juist door preventief te willen op- _
treden, zou hij voor zichzelf het gevaar inroepen, dat `
men zegt te willen ontgaan. ,,Het zou eene miskenning
zgn van het beginsel zelf, dat men zegt toe te passen,
wanneer de staatsman zich met de gevolgen op het
terrein der kerk ging bemoeien" - dit woord van Mr,
i Heineken l) dunkt mij ook ten deze volkomen van
. toepassing. Indien de staatslieden elke inmenging van
de Kerk in de dingen van den Staat met reden terug-
wüzen, en zich dus met recht verzetten tegen alle I
kerkelijke politiek, dan moeten ze ook omgekeerd gekant
l 1) De reohtstoesmnd der /cerlcely/:e goederen, bl. 4. In het meerge­
noemde Gids­artikel zegt prof. Buus: ,,Hoe men, het oog gevestigd
op gebeurtenissen, welke iedereen ziet naderen, den moed kan hebben ,
om den Staat duurzaam verstoken te laten van de hulpmiddelen, welke I
_ hij toch zoo dringend zal behoeven, als eenmaal die gebeurtenissen voor- `
komen, is mij werkelijk een l‘0.H.dS€l”. Maar is het raadsel niet opgelost
indien men slechts bedenkt, dat de Staat de hulpmiddelen bezit in zijn l
l` onpartijdige rechters? Inderdaad, zoowel te vroeg als ,,te laat" kan ;
het ,,blijken, dat hier als overal de vrees een slechte raadgeefster is
geweest" _ ‘
l 4 ,
I l