HomeBeschouwingen over art.168 der Grondwet en de voorstellen tot herzieningPagina 51

JPEG (Deze pagina), 631.98 KB

TIFF (Deze pagina), 5.43 MB

PDF (Volledig document), 46.59 MB

45 A
wikkeld blijkt. Zoo is het gewis met art. 168, en
,’ zonder twijfel is dat wel een der voornaamste redenen
,, _ waarom dit artikel by elke grondwetsherziening onveran-
jä derd van de ééne in de andere Grondwet is overgegaan.
5 Wat schänt eenvoudiger, dan bijv. te zeggen, gelijk
L het staat in art. 20 van het Program der antirevolu-
G tionaire partüz ,,dat... de verplichting, uit art. 168
T der grondwet voor de overheid voortvloeiende, na uit-
, betaling aan de rechthebbenden van het rechtens ver-
i schuldigde, dient te worden opgeheven"? En toch,
J wie ziet het niet, welke vragen daarachter, of liever
{ daarvoor, liggen, waarop niemand wellicht een onbe-
Z twist en onbetwistbaar antwoord zal kunnen geven? ‘
,,Na uitbetaling aan de rechthebbenden van het rechtens
verschuldigde". Voorzeker, dat is eerlük, en niemand
I kan er iets tegen hebben - behalve degene, die aan-
Q, gesproken om betaling, reden meent te hebben om te
zeggen: ,,n1aar, mijn vriend! vooreerst ben ik mg niet
4 bewust, dat ik rechtens iets verschuldigd ben; en ver-
volgens, gesteld dat het zoo ware, wie zgn de rechtheb-
in benden onder de verschillende schuldeischers, die zich
, als zoodanig komen aanmelden? en ben ik werkelijk
i iets schuldig, welnu, zeg mij, hoeveel!" W
j Prof. BUIJS zegt in zün Gids artikel: ,,Dat aan eene
f nieuwe regeling verbazend groote bezwaren verbonden
i zün, betwist niemand", en de vraag wordt er door i
hem bügevoegd: ,,1naar waarom dan althans niet aan ‘
g den gewonen wetgever de bevoegdheid voorbehouden
7 om, mocht het tot eene scheuring komen, de tegen- X
i z·