HomeBeschouwingen over art.168 der Grondwet en de voorstellen tot herzieningPagina 49

JPEG (Deze pagina), 622.13 KB

TIFF (Deze pagina), 5.37 MB

PDF (Volledig document), 46.59 MB

j 43
I eene uiteenspattende gemeenschap - hoewel velen
I zeggen: neen, maar met eene zich reorganiseerende ge-
_ gd W meenschap - welnu, heeft de Staat er dan voor te
zorgen, ` dat zg, in plaats van kunstmatig te worden
4 bijeengehouden, kunstmatig uiteenspat? Is dat dan
niet een ingrijpen van den Staat in de zaken der
Kerk, en moet het hem niet genoeg zgn te weten,
dat niemand verhinderd wordt, ieder oogenblik te gaan ·
j waarheen hij wil ­- behalve wie door de ,,zilveren",
i misschien wel koperen ,,banden" kunstmatig zich laat ;
Y binden, met zijn oonscientie er dan bij'? Inderdaad, >
Y over gebrek aan vrijheid in onze Kerk heeft niemand ·
I te klagen. En wat ten slotte betreft hare beweerde
gebondenheid door de subsidiën van den Staat ­- welnu,
hoort, hoe goed Dr. Vos het zegt T): ,,Zoo afhankelijk ·
de Predikant, gelijk de Gemeenten en Kerkelijke samen- i
,6 komsten [weleer] van burgerlijk gezag was, zoo vrü
E staat hg thans tegenover of naast de overheidspersonen
_ I in stad en land, gewest en Kamer. Hij staat zelfs
niet eens in rechtstreeksohe verbinding met eenig Minis-
terieel Departement. Niet door hem, maar door den
Kerkeraad, en dit Oollegie door middel van het classi­ j
kaal Bestuur, wordt de machtiging tot aanbieding van
Landstractement verkregen. Zonder eenige voorwaarde il
wordt het verzekerd; zonder eenige voorwaarde uitge-
keerd; zonder eenige voorwaarde genoten. Eene be- Q
roeping, door hem aangenomen zgnde, wordt uit een ‘
l) t. a. p. bl. 163.
9 i ­