HomeBeschouwingen over art.168 der Grondwet en de voorstellen tot herzieningPagina 36

JPEG (Deze pagina), 621.31 KB

TIFF (Deze pagina), 5.38 MB

PDF (Volledig document), 46.59 MB

llMT”_WWW“ lwiwá W www
è
` 30
1
Nu, wat mg betreft, ik wil het niet ontveinzen,
dat eene hardnekkige bestrgding van de hier bedoelde 1
plannen mij uiterst noodzakelük toeschünt. Men be- ,·
denke toch eens, wat het zou beteekenen, indien in 5
de Grondwet van Nederland een verbod kwam te staan
zooals geformuleerd is in de derde alinea van art. 171 ti
(art. 168 oud): ,,Boven de sommen in dit artikel ,
vermeld, worden, behoudens de op 1 Januari . . . wettig
bestaande verpligtingen uit geenerlei openbare kas golden , {
[ ten behoeve van de eeredienst beschikbaar gesteld".
Uitnemend kort en goed is door het lid der Staats- ‘ ;
~ commissie voor Grondwetsherziening, den Heer van
Nispen, in züne afzonderlijke nota gezegd: ,,Al voert
de onde1·geteekende ook hier geen strüd tegen de be-
bedoeling züner geachte medeleden, kan bij zich toch i
niet ontveinzen, dat de slotbepaling van art. 171 stellg
aan de herziening zou geven een antigodsdienstig i
c/zctmcter. Alles mag uit openbare kassen worden ge- fü j
subsidieerd, zelfs sohouwburgen en andere instellingen ,:1
j van vermaak, met hunne dikwerf zedebedervende spelen
en voorstellingen. Alleen wat den godsdienst betreft E
zou verbod bestaan van subsidieeren. De ondergetee­
kende onthoudt zich van alle verdere opmerking" T) ,
Inderdaad, indien scheiding van Staat en Kerk dit
zou beteekenen, dat er geenerlei iinantieele betrekking i
meer bestaat of mag bestaan tusschen den Staat en l
de Kerkgenootschappen, dan is er geen enkel land ter
l) Zie het Verslag der Slaalscarzzmissie. bl. 57, D
[ l
‘ T