HomeBeschouwingen over art.168 der Grondwet en de voorstellen tot herzieningPagina 33

JPEG (Deze pagina), 546.05 KB

TIFF (Deze pagina), 5.39 MB

PDF (Volledig document), 46.59 MB

I
iv
27 I
Genoeg. Met verwijzing naar het vorenstaand citaat _
van Herzog, mag ik dit eerste stuk besluiten, en den
Ti overgang maken tot mijn tweede stelling met te zeg-
gen: of de eisch, om art. 168 uit de Grondwet van
{ het Nederlandsche volk te doen verdwünen, christeläk ,
‘f is, wil ik in het midden laten; maar christelijk­hist0­
risch is hij zeer zeker niet.
I
I
j II. _
HET VERLEENEN VAN SUBSIDIE DOOR DEN STAAT AAN DE
GODSDIENSTIGE GEZINDHEDEN IS EVENMIN MET DAT BEGINSEL
ALS MET DIE WERKELIJKHEID IN STRIJD. .
. Maar nu? De Staat verleent toch subsidie, en wel
krachtens de Grondwet, en hoe is het dan mogelijk,
IQ vol te houden, dat, zoolang art. 168 bestaat, de
Y scheiding tusschen Staat en Kerk werkelijk voltrok- V
ken is?
Er zijn voorname staatslieden en rechtsgeleerden,
die als hun gevoelen verdedigen, dat, al werd dat ar-
tikel gansch en al geroieerd, de scheiding daarmede
principieel toch niet anders dan thans zou tot stand
gekomen zijn. Mr. J. Heemskerk Az. o. a. laat zich
in de praktijk onzer Grondwet, bg de toelichting
geben des ursprünglichen Gesetzes seiner Geschichte nicht nothwendig
gesetzt." (Zie Herzoys Ren!-Eno. late editie, XII, bl. 698; art. Reli-
gionq/`reikeit.)
•> ,
i
. g ,·