HomeBeschouwingen over art.168 der Grondwet en de voorstellen tot herzieningPagina 28

JPEG (Deze pagina), 593.24 KB

TIFF (Deze pagina), 5.37 MB

PDF (Volledig document), 46.59 MB

|
i
22 E
aanvang van het daaraanvolgend jaar. Met lette daarbü l
vooral op de woorden van den considerans in de he- i
geleidende ministerieele missive: ,,dat, naar het oordeel (T ,
der Regering, de volledige toepassing van het beginsel l
van scheiding van Kerk en Staat de nieuwe regeling
dringend vordert, daar volgens de voorschriften der _ r
` Grondwet, de verpligtingen en regten van den Staat
tot de Kerkgenootschappen zich bepalen tot bescherming, l
en ondersteuning" I). Met al deze dingen voor oogen,
wie kan het ontkennen, dat in de overwegingen van den i
wetgever en in de daden der regeering wel zeer opzet- '
telijk althans de bepaalde toeleg is uitgesproken om
het eenmaal aanvaarde beginsel ,,Scheiding van
Staat en Kerk" volledig in toepassing te doen
kernen?
,,Toegegeven" - zóó zal men wellicht zeggen -
,,maar daaruit volgt nog niet, dat die toeleg geheel ‘ ef
verwezenlijkt is." Ten minste, het is ons boven reeds j
gebleken, dat er van verschillende züden op wordt L
aangedrongen, dat ook de laatste, ik zeg op mgne
beurt: dusgenaamde, band worde losgemaakt, en dat
men, gewapend met dat ééne artikel 168, blijft
storm loopen tegen de dusgenaamol ,,dusgenaamde _
‘ _‘ scheiding? In mijne tweede stelling kom ik daar
welhaast op terug. Vooraf echter moet ik hier nog
vragen: zoudt gij dan waarlijk meenen, dat alléén
1) Zie Dr. G. J. Vos: ole tegenwoordige inrichting oler onclerlnnok i
sche Kerk. bl. 251.
i
i
[ ‘ r)
E
i