HomeBeschouwingen over art.168 der Grondwet en de voorstellen tot herzieningPagina 27

JPEG (Deze pagina), 596.91 KB

TIFF (Deze pagina), 5.39 MB

PDF (Volledig document), 46.59 MB

» »
l
l . ;
21 I
der Regering" l). Door de regeerïng zelve is dat ook
onomwonden erkend. De minister van Rosenthal, den `
Heer van Heemstra beantwoordende, zegt 2): .... p
,, . . Aan de synodale commissie heb ik te kennen
gegeven, dat het denkbeeld der Regering is, om de
> banden, die thans de Kerk aan den Staat verbinden, ‘
voor zoover zij met de tegenwoordige instellingen niet
overeenkomen, niet los te scheuren , maar los te maken".
Genoeg; ik zal niet meer citeeren, om aan te toonen, .
dat het bij de regeering de uitgesproken en welbewuste
bedoeling geweest is, om door de opheffing van de
ministeriën van eeredienst te komen tot volledige schei-
ding van Kerk en Staat, gelijk dan ook in een ver-
slag der commissie van rapporteurs over dat onderwerp,
ten jare 1851, met zooveel woorden gezegd wordt, tl
dat deze commissie ,,eenparig van gevoelen is, dat. ..
Q ‘ bg de Regering het beginsel der geheele afscheiding i
, van Kerk en Staat, dat in de Grondwet zelve ligt
{ opgesloten, op den voorgrond behoort te staan" 3)_ 1
Mij dunkt, duidelgker kan het niet. Welnu, na _
velerlei dobberingen en proefnemingen komt het ein-
delijk tot definitieve ophefling, cn verdvvünen de depar-
tementen voor Eeredienst denkelijk wel voor goed, om i
te worden ingedeeld bij Justitie en Finantiën. Een ,
en ander is uitgesproken in het Konin/ïlük Besluit i ,
van 29 October 1870, in werking getreden met den j
1) Handelingen etc. l. bl. 49.
2) nat. b1. si.
3) Handelingen: I. bl. 73.
. i

¢>
4
je ë