HomeBeschouwingen over art.168 der Grondwet en de voorstellen tot herzieningPagina 26

JPEG (Deze pagina), 585.34 KB

TIFF (Deze pagina), 5.39 MB

PDF (Volledig document), 46.59 MB

l
· 20
daar de betrekking tusschen Kerk en Staat reeds aan-
gegeven. De Kerk niet boven den Staat, niet buiten
den Staat, maar zich vrijelijk bewegende in den Staat,
en die vrijheid onbelemmerd genietende, mits blüvende
binnen de wetten van den Staat". Zoo sprak de tij-
delijke Minister voor de zaken der Herv. en andere >
‘ Eerediensten (van Heemstra) in de dubbele Kamer
van 6 October 1848 1), Maar .. hier spreekt immers
nog een minister van Eeredienst? Gewis , doch toen reeds
was het te zien, dat de Departementen voor Eeredienst
hun langsten tüd gehad hadden. Reeds in October
van 1849 worden ze dan ook voorloopig opgeheven;
en men behoeft de in datzelfde jaar daaromtrent ge-
voerde debatten slechts in te zien, om elken twüfel
weg te nemen aangaande de bedoeling, als waarlijk
niet gelegen in het streven naar bezuiniging. In de
zitting van 17 December 1849 spreekt 0. a. de Heer ·
van Heemstra aldus: ,,men wil de proef nemen en
men spreekt nu reeds een zeker oordeel uit; men zegt ‘
reeds nu in de nadere memorie van toelichting, dat
men de banden wil losmaken, die de Kerk aan den
Staal verbinden. Dit is het denkbeeld der Regering 2) ;
haar hoofddenkbeeld is losmaking van de banden, die
Kerk en Staat aan elkaar verbinden. Dat blijkt uit
de gewisselde stukken, maar ook uit andere handelingen
1) Zie Handelingen over de organisatie der Kerkgenootsekuppen.
(uitg. Schiedam, Roelants. 1853). I. bl. 31.
2) Het ministerie Thorbecke.
P
1 ¢>
‘ 1
I