HomeBeschouwingen over art.168 der Grondwet en de voorstellen tot herzieningPagina 21

JPEG (Deze pagina), 631.32 KB

TIFF (Deze pagina), 5.48 MB

PDF (Volledig document), 46.59 MB

’ 15 B
aangemerkt: ,,ze is evenmin als hoofdbeginsel van ons
huidig staatsregt stilzwägend erkend. Wat als zoo-
l danig stilzwijgend erkend is, wat waarlük in de be-
palingen der Grondwet, naar haren geest, volgens de
regelen van goede uitlegkunde opgevat, gelegen is,
dat is alleen die scheiding van Kerk en Staat, die
niets anders is dan de uitsluiting van beider eenheid,
maar geenszins de radicale scheiding." l) Men ziet
het: in die formule op zichzelf steekt nog geenszins
een uitgemaakt beginsel; zij is voor verschillende uit-
legging vatbaar. En niet genoeg, meen ik, kan er
op gelet worden, wat door Mr. Opzoomer zoo klaar
is aangewezen, dat het namelük ,,met dit woord gaat l
‘ als met vele termen der geestelüke wetenschappen:
het is dubbelzinnig" 2), en wat door hem aan het eind
` is saàmgevat in deze eerste stelling: ,,I)ie zich voor
· scheiding van Kerk en Staat verklaart, heeft zich
daarmede enkel negatief verklaard tegen de eenheid
van Kerk en Staat. Nog altijd heeft hg positief te
kiezen tusschen de eenvoudige grensscheiding met het
behoud eener misschien zelfs zeer nauwe betrekking,
en tusschen de radicale scheiding." p
Het komt mij voor, dat prof. Opzoomer, wat het l
~ practisch deel van zijn betoog, ik bedoel de beoordee­ l
r ling van den actueelen toestand, betreft, te weinig in het
‘ oog heeft gehouden, dat het geenszins hetzelfde is, {
1) Mr. C. W. Orzoommz Scheiding van Kerk en Staat. bl. 52.
2) T. a. p. Inl. bl. X. E
ï
gp