HomeBeschouwingen over art.168 der Grondwet en de voorstellen tot herzieningPagina 16

JPEG (Deze pagina), 552.46 KB

TIFF (Deze pagina), 5.42 MB

PDF (Volledig document), 46.59 MB

10
is evenmin met dat beginsel als met die
werkelükheid in strijd.
III. Alhoewel het minstgenomen betwist-
baar is, dat de voortdurende uitbetaling
, door den Staat van al de door art. 1 68 ,
_ alinea 1 gewaarborgde subsidiën in 1
juridischen zin zou gegrond zijn op
verkregen rechten, geeft toch het feit 1
dat de Staat zich veel heeft toegeëigend
van hetgeen der Kerk toebehoorde, j
zooal niet een rechlsgroml, dan toch een
niet te minachten grond van historisch en
I zedelijk recht en van billijkheid aan de hand, l
om te blijven pleiten voor behoud der l
hoofdbeginselen in art.1G8 nedergelegd. i
IV. Ook de eisch, dat de Staat door kapi-
taliseering en door uitkeering van hetge­
kapitaliseerd bedrag der subsidiën enz.,
die aan de godsdienstige gezindheden
thans ten goede komen, een einde make I
aan den bestaanden toestand, moet afge-
wezen worden, omdat 1°. de Staat daar-
mede eene verpliohting zou toegeven,
die hij niet erkent, en krachtens de
Grondwet niet erkennen kan; 2°. het
Staatsbelang daartegen strijdt; 3°. de
moeilgkheden, die men ontwijken wil,
er niet door opgelost, maar slechts ver-
plaatst zouden worden. l
l ii?