HomeBeschouwingen over art.168 der Grondwet en de voorstellen tot herzieningPagina 14

JPEG (Deze pagina), 602.16 KB

TIFF (Deze pagina), 5.42 MB

PDF (Volledig document), 46.59 MB

i
8
voorstaan, en dat ook weêr die minderheid zich ver-
deelt in vier of vüf verschillende kleine groepen. Tot ·
heden toe hebben reeds niet minder dan zes verschil-
lende gevoelens uit den boezem der commissie zelve
zich kenbaar gemaakt. Wij hebben toch nu het volgende:
1°. Het voorstel dermeerderheid. (Art. 171, ontwerp:
behoud van alinea 1 van art. 168 oud, met schrapping
van alinea 2, en daarentegen verbod van het in E
die 2"° alinea thans bepaalde.)
2". Het advies van het lid C. J. O. H. VAN NISPEN.
(Behoud ook van de 2dB alinea. Zie Rapport, bl. 57, W
ad art. 171.)
3°. De leden B. J. L. DE GEER vtm JUTFAAS en A.
F. DE SAVORNIN LOHMAN. (Geheele schrapping van
art. 168; afrekening met de ,,rechthebbenden",
met opdracht van de gansche regeling aan ,,den
gewonen wetgever/’ Bapp. _bl. ,_
4°. Het lid G. J. TH. BEELAERTS vm BLoKLA1vn.
(Bepaling in de Grondwet, dat de sommen voor
tractementen enz. worden gekapitaliseerd, en dat de ‘·
Staat alzoo afrekene met de gezindheden. Rapp. bl. 88.) ;
5**. Prof. I. T. BU1Js. (Wiens afwüking van het ge-
voelen der meerderheid gebleken is uit ,,Politieke
vooruitzichten", en die de oplossing schünt te zoeken
in de bepaling dat ,,aan den gewonen wetgever de
bevoegdheid" worde ,,v00rbehouden om, mocht het ii?
tot eene scheuring komen, de tegenwoordige inkom-
sten tusschen de scheidenden te deelen." Zie Gids li,
Jan. ’85. bl. 128.)

*9
.