HomeBeschouwingen over art.168 der Grondwet en de voorstellen tot herzieningPagina 10

JPEG (Deze pagina), 581.84 KB

TIFF (Deze pagina), 5.40 MB

PDF (Volledig document), 46.59 MB

l
4
volgende beschouwingen aan het licht komen, ook bij
U‘mogen rekenen op welwillende overweging.
Eindelijk, om müne apologie hiermede te besluiten, l
mag ik mij beroepen op eene zinsnede in uw Gids-
artikel, waarop ik reeds doelde. Sprekende over art.
168, wordt door U gezegd: ,,Dat aan eene nieuwe
regeling verbazend groote bezwaren verbonden zijn,
betwist niemand" l). Inderdaad, wie zou het betwisten,
die van het onderwerp eene niet al te oppervlakkige
studie gemaakt, en zich verbaasd, om niet te zeggen:
iets van wanhoop gevoeld heeft, bg het zien van de ’
,,groote bezwaren," die aan eene nieuwe regeling ver- u
bonden zyn? Edoch, zonder vooruit te loopen, de
vraag of eene absoluut nieuwe regeling wel zoo dringend
vereischt wordt, is wellicht vatbaar voor verschillende
beantwoording.
Hoe het wezen mag, op grond van een en ander W
koester ik de hoop, dat ook mijne zwakke poging °i
om het vraagstuk een weinig toe te lichten, en om
_ een klein gedeelte van het oordeel der openbare meening .
ook dezerzijds zich te laten uitspreken, door U en
door andere der zake kundigen met welwillendheid zal
worden opgenomen. Ook de vrijheid, die ik mij ver-
oorloofde om deze beschouwingen in te leiden
met dit openbaar schrijven aan U, zal mij, naar,
ik vertrouw, door U niet euvel geduid worden. ZQ
vindt hare verklaring_ en verontschuldiging, eens-
1) Gids, Januari 1885, bl. 128.
r
i E
l T