HomeHet "slecht" beheer der Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen naar aanleiding van het artikel: De staatsspPagina 37

JPEG (Deze pagina), 885.08 KB

TIFF (Deze pagina), 7.18 MB

PDF (Volledig document), 50.13 MB

I · A
l
Q ‘ 35
jl
El ·«tusschen de Exploitatie- en Run-spoorwegmaatschappijen
·, «gevoerd, en waaraan, sedert de aansluiting te Winterswijlï,
il! «ook de Hollandsche maatschappij heeft deelgenomen, voor
1, «onzen handel niet slecht gewerkt. Aan haar is het te
«danken, dat de Duitsche spoorweg-politiek aan het ver-
«keer over onze havens veel minder schade heeft berok-
«kend, dan anders te duchten geweest ware. De maat-
«schappijen mogen zich wederkeerig over het gebrek aan
<<esprit de corps harer concurrenten tegenover het buiten-
«land beklagen, zij blijven in gebreke aan te toonen dat
u «hare onderlinge overeenstemming aan de Duitsche Staats-
<<lieden genoeg eerbied zoude hebben ingeboezemd, om
« <<deswege hunne politiek te veranderen. Ook in het vervolg · .
l «kan van de concurrentie der groote spoorwegmaatschap-
l <<pijen nog veel goeds worden verwacht. Zoo zullen zü
l «ongetwijfeld, door onderlingen wedijver gedreven, er toe j
J «moeten komen om meer dan tot heden doorvrachten te l
«sluiten over onze havens, opdat deze ook daardoor de
j «concurrentie van Antwerpen en de Hanze-steden met .
, «beter gevolg kunnen opnemen. A
I «Eén gevaar mag alleen bij deze regeling der exploitatie 1
l <<van het spoorwegnet niet worden over het hoofd gezien. 4
l «De spoorwegmaatschappijen zouden namelijk, met buiten-
rl «landsche voorbeelden voor oogen, hare concurrentie kunnen
` <<staken en zich, in nog ruirneren zin, dan reeds thans
<<door de instradeering geschiedt, met elkander kunnen
; «combineeren. Alsdan zouden handel en nijverheid genood-
<<zaakt zijn, zich te onderwerpen aan de vrachtprijzen en A
«verdere voorwaarden van vervoer, welke de verbonden ’ ,
( ‘ <<spoorwegdirectien mochten goedvinden vast te stellen, met ‘
5 «andere woorden, aan de willekeur der Spoorwegmaat- l
I <<schappijen zijn overgeleverd. l) Om deze te keeren, ware
«in dat geval de tusschenkomst van den Staat noodzakelijk.
· L <<0p welke wijze die tusschenkomst, welke de commissie l
l «hoopt dat onnoodig zal blijven , zoude moeten geschieden, A
l l) In het voorbijgaan opgemerkt, schijnt hier der enquete-commissie het A
I bestaan der wet van 9 April *1875 uit de gedachte te zijn geweest.