HomeEenige opmerkingen betreffende de afsluiting en droogmaking der ZuiderzeePagina 16

JPEG (Deze pagina), 656.03 KB

TIFF (Deze pagina), 6.70 MB

PDF (Volledig document), 11.17 MB

j.
12 ‘
De hoeveelheid water die dan in de Zuiderzee- A
boezem zou binnenstroomcn bedraagt dan hoogstens
bij een kanaaldiepte van 5 M. 1000 >< 5 >< 2 : · _ .
10000 M3. per sec.
De oppervlakte van den boezem na de droogmaking _
van de zuidelijke helft, volgens Begerink, 150000
hectaren.
Dus zijn om 1 dM. stijging in den boezem te ver-
5 i krijgen X gi-2% of 15000 sec., zeg rluren noo-
dig, zoodat tndens een stormvloed geen meerdere
stüging dan 2 dM. te vreezen is, waarvan het grootste . »
deel tijdens den volgenden eb weer wegstroomt. Bij ‘
achtereenvolgens 3 etmalen storm uit het N oordwesten
zou dus geen veel grootere VG1‘l100g`1I`lgV2Hll1GlïbO@ZG111­·
· peil dan 6 dM. nagenoeg te vreezen zijn, wat·niet
schadelijk kan zijn. Mocht echter later van die 150000
hectaren reeds een groot stuk ingepolderd zgn en de
boezem wat klein zijn geworden, zoo is reeds zooveel
land aangewonnen, dat men zich gaarne de kosten `
s getroosten zal om het open vaarwater te vernauvven,
een kanaal door Wieringen te graven en met sluizen
van gezamenlijk 2000 M2. sluisopening te voorzien,
waardoor tijdens de eb meer overtollig water ver-
wijderd kan `worden en het boezempeil op de ge- i
.` wenschte hoogte gehouden kan worden. In de sluizen
za] men namelük grooter stroomsnelheid dan 2 M. i
per sec. toe kunnen laten. Zoolang echter de aan- · 3
‘ slibbingen en uiterwaarden niet ingedijkt zijn en "
dus bij die gelegenheden overstrooind kunnen worden, j
is er nog geen behoefte aan die sluizen en dat zal S
in de eerste honderd jaar, nog wel niet het geval zijn.
‘ l
l
J
. ri
, á