HomeEenige opmerkingen betreffende de afsluiting en droogmaking der ZuiderzeePagina 14

JPEG (Deze pagina), 666.66 KB

TIFF (Deze pagina), 6.71 MB

PDF (Volledig document), 11.17 MB

. 10 .
daarvan een zwakken stroom door het Vlie en daardoor
mindere opstnwing het gevolg zullen zijn.
· Bij stormweer moge het nu waar zgn dat aanvanke-
kelgk veel water naar de zuidelijke helft der Zuiderzee ‘
kan stroomen en daardoor de vloed minder hoog stijgt,
na een paar dagen is die zee zelve gevuld tot boven
het hoogste peil in de Noordzee en begint nu tijdens
t de eb met kracht terug te stroomen. Komt nu de
, . volgende vloed op en blijft de storm aanhouden, zoo ’
l zullen die twee golven, de een uit de Noordzee, de
andere uit_ de Zuiderzee komende, elkaar ontmoeten -
en op die wijze meen ik, dat de aanwezigheid van
zulk een grooten plas, hoewel bg het begin van den
storm nuttig, bij een storm die langer duurt dan
i ' noodig is om dien plas geheel te vullenjuistnadeelig
wordt en aanleiding geeft tot hoogere opstuwing dan
* wanneer het zeewater direct door een dam gestuit
j wordt. Alleen bij Stavoren, juist in den hoek door de G
Friesche kust en den afsluitdgk gevormd, acht ik een
j opstuwing boven het hoogste peil in de Noordzee vóór
` de zeegaten waarschgnlgk, doch dat die veel·meer
zal bedragen, dan tegenwoordig het geval is, houd ik
i voor volstrekt niet bewezen, daar dat gedeelte, dat
' met de Noordzee in verbinding blijft . spoedig geheel
iq vol zijnde, veel minder sterke stroomen te verwachten l
. zgn. Echter kunnen slechts vele waarnemingen, door ‘
bekwame deskundigen geleid, tot een vertrouwbaar
· antwoord op deze vraag leiden.
Ook schijnt het moeielijk a priori uit te maken, of
E in het noordelijk gedeelte der Zuiderzee zich nieuwe
aanslibbingen zullen vormen en dat daardoor later
misschien ook voor indijking geschikt zal worden; ‘
men zal dat dus moeten afwachten. Tegen latere
a