HomeEenige opmerkingen betreffende de afsluiting en droogmaking der ZuiderzeePagina 12

JPEG (Deze pagina), 673.54 KB

TIFF (Deze pagina), 6.66 MB

PDF (Volledig document), 11.17 MB

Z 8
wordt afgesloten en alleen het uit grootere en kleinere
rivieren in den boezem stroomonde water bg eb heeft
uit te laten. De kosten van zulk een kanaal van
_ 1000 meter breedte en minstens 5 kilometer lengte A
zouden niet gering zijn en worden ontgaan door de _ ‘
gekozen richting van den dam en gebruikmaking van `
de voordeelen, die de ligging van het eiland Vlïierin-
gen aanbiedt. `
V De lengte van het kanaal mag niet te groot zgn, ‘ "‘·
daar dan te groot verval noodig zou worden en daar-
T ` door het boezempeil te veel zou worden verhoogd, ·
_ook niet te klei11, daar dan bij zeer lage eb en hoogen
vloed een te sterke stroom zou ontstaan, die de
instandhouding der werken te kostbaar ofonmogelijk
l zou maken. Deze moeielijkheid zal zich in het groot
T voordoen als de afsluitdijk bijna voleindigd zal zün
‘ ` en nog slechts enkele honderd meters moeten worden
‘ dichtgemaakt. Toch geven vroeger uitgevoerde werken lï
` hoop, dat men die zwarigheid zal kunnen overwinnen; _
l ook is dit geen bezwaar tegen dit plan in het bijzonder,
maar geldt voor iedere afsluiting, waar en hoe men
die ook wil maken.
T Een tweede groot verschil met het eerste voorstel
h van Diggelen is dit, dat deze dam niet het droog te
maken gedeelte afsluit, maar hier nog slechts de af- _ ,
t sluiting van een boezem bedoeld is, om het droog- M
in maken met minder kosten voor te bereiden, en reeds
dadelijk alle bezuiden den dam aan de Zuiderzee
V grenzende streken voor den grooten, overlast van storm-
*· vloeden te beveiligen. Later kan dan met de droog-
_ making, volgens het plan Beüerink-Stieltjes, begonnen _
worden. Tegen dit pla11 bestonden bezwaren, ·die
vervallen indien eerst de Zuiderzee wordt afgesloten. "
. . 4 ,