HomeEenige opmerkingen betreffende de afsluiting en droogmaking der ZuiderzeePagina 10

JPEG (Deze pagina), 691.47 KB

TIFF (Deze pagina), 6.86 MB

PDF (Volledig document), 11.17 MB

6
` van minstens 5 kilometer lengte. Deze lengte is
noodig om bij stormvloeden en hoogen waterstand bij _
den Helder niet al te sterken stroom naar de Zuiderzee
te krggen, waardoor het onmogelgk zou worden dat lg
kanaal voldoende te verdedigen. I
Op deze wijze heeft 1nen geene sluizen noodig en l
verkrijgt toch voldoende afsluiting, daar de tgd, be- j
noodigd om het peil in de Zuiderzee aanzienlgk te
doen rijzen, zoo vele malen langer zou duren dan de "`I"
duur van den hardnekkigsten storm. Mocht na lange ·
- lange jaren zulk ee'n groot deel van de Zuiderzee
drooggemaakt en ingedgkt zgn, dat het overblgvende - D
· uit dat oogpunt als boezem niet geheel voldoende mocht ·
blijken te zijn, dan zou men door Vieringen een breed
kanaal kunnen graven, voorzien van sluizen, waar- ·
l door bij eb water uitliep, zoodat de waterloozing dan I
veel sneller plaats vond dan het binnenstroomen tijdens r
den vloed. Maar 1nen moet `niet vergeten, dat als
W boezem een zeer breede stroom moet overblijven om niet j j
te groot verval te krggen, dat bij den tegenwoordigen 1
mond van den Llsel te hooge waterstand zou veroor-
zaken en langs die rivier den afvoer van die hoeveel- i
heid water te behouden waartoe zij bestemd is.
Deze afsluiting, eenmaal gemaakt zgnde, zou de
droogmaking der zuidelgke helft, volgens het plan
Beijerink, met veel minder moeite kunnen plaats vinden j
_ en zou de bedenking tegen dat plan, om een polder
van 200,000 hectaren door een dgk van meer dan ‘
l0 kilometer van de volle zee af te sluiten, terwijl de l
bodem meer dan 4 meter lager is gelegen dan `de
gewone waterstand, veel van zgn kracht verliezen. ’
Daarbij mag men met grond verwachten, dat die dam, ga
gemaakt zijnde, de noordelijke helft van het afgesloten
. ë s
l
I

. . l