HomeDe continuiteit in den ontwikkelingsgang der natuurkundePagina 9

JPEG (Deze pagina), 853.30 KB

TIFF (Deze pagina), 8.30 MB

PDF (Volledig document), 25.74 MB

l j
Q j
‘ 7
~ eenstemming met alle bekende verschünselen scheen zich te
i moeten verheugen in de onbetwiste heerschappij.
Aan RUMFORD’S geest echter was ze niet voldoende rekenschap
te geven van het optreden van warmte door wrijven; dit alge-
meen bekende feit werd vergeleken bij het druppelen van
water uit eene geknepen spons, of bij het vloeien van honig V {
uit eene gebroken raat, dus verklaard uit eene vermindering
' der hoeveelheid warmte in de op elkaar wrüvende lichamen, Q
«« als maat waarvan de warmte­capaciteit aangenomen werd. Of I I
dit werkelük het geval was, had men niet onderzocht en veel Q
l waarde hechtte, men niet aan die, zoo men meende, steeds
­ _ geringe hoeveelheid, totdat RUMFORD aantoonde dat wrüven
` eene bron van warmte is die onuitputtelük scheen te zgn:
_ j Eene stompe breede boor werd sterk tegen een stuk metaal .
l gedrukt, dat door twee paarden in de rondte werd bewogen;
het metaal en de boor bevonden zich in een bak met ongeveer
8,5 kilo water, dat na verloop van 25 uur begon te koken.
Het weinige metaal door de boor afgeschaafd bleek dezelfde
warmte­capaciteit te hebben als een stuk van het metaal, W
zoodat niet uit eene vermindering der capaciteit de ontzaglüke ·
warmtehoeveelheid kon verklaard worden; en terecht merkt
RUMFORD op, dat iets, hetgeen door een bepaald aantal licha­
men in onbepaalde hoeveelheid geleverd kan worden, geene
` stof kon zijn en verklaart het voor zeer moeilijk, zoo niet voor
onmogelük, zich eene voorstelling te vormen van de wüze E
waarop de warmte ontstond, tenzij ze eene beweging is.
Ook DAVY volbracht eene gedenkwaardige proef: twee stuk-
cn «· ccsc ccsc _ sjss j er zo c is _,