HomeDe continuiteit in den ontwikkelingsgang der natuurkundePagina 8

JPEG (Deze pagina), 836.23 KB

TIFF (Deze pagina), 8.30 MB

PDF (Volledig document), 25.74 MB

i
Toen men bemerkte, dat een thermometer in smeltend gs of ~
in kokend water niet stggt, hoeveel warmte men toevoegt, zoo-
lang al het gs niet in water, al het water in stoom veranderd
is, zoo was dit feit wel niet zoo eenvoudig te verklaren als
j het voorgaande, maar leverde toch geene groote moeilijkheid,
daar men zich voorstelde, dat de warmtestof zich verberg,
­ latent werd, dat b.v. damp uit water en warmtestof bestond,
i welke warmtestof bg het condenseeren van den waterdamp weer '
,,vrg" werd. En bedenkt men, dat de ontdekker der latente ‘«·
warmte tevens in marmer het gasvormige koolzuur aantoonde,
i dat weinig later tal van andere gassen gevonden werden, dan
is het te begrgpen, hoe men er toe kwam de eigenschappen ·
van warme evenals van geëlectriseerde en magnetische lichamen `
toe te schrgven aan de aanwezigheid van gle stoffen, die als _ j
de onvveegbare het eerst in scheikundige werken behandeld 1
werden.
Bg de voornaamste physici stond het dan ook vast, dat de
warmte eene gle stof was; kwam meer van die stof in een
lichaam, zoo werd dit warmer en zette zich uit; ja zelfs het
i bizondere geval van inkrimpen, dat water van 0° vertoont tot
p 4° verwarmd wordende, kon men vergelijken met de volume-
vermindering bg het mengen van water en alcohol; verder
i kon de warmtestof overvloeien van een deel van het lichaam
naar een ander, waardoor de warmtegeleiding verklaard werd; i `
. ook tusschen de poriën van het menschelgk lichaam kon ze ‘
A dringen en de gewaarwording van warmte opwekken.
i Eene theorie op dergelgke grondslagen, zoo geheel in over-
J o
li n