HomeDe continuiteit in den ontwikkelingsgang der natuurkundePagina 7

JPEG (Deze pagina), 857.40 KB

TIFF (Deze pagina), 8.29 MB

PDF (Volledig document), 25.74 MB

1
« mechanische bewerkingen, ze is noodig om een vast lichaam
vloeibaar te maken en eene vloeistof in damp over te doen l
u gaan en daarbü door geen thermometer waar te nemen. Hoe
meer de waarnemingen toenamen, des te duisterder werd haar
Wezen, des te meer scheen ze zich te onttrekken aan den i
_ vorschenden, blik. Is ze eene alom tegenwoordige stof, of is
ze een bewegingsvorm der deeltjes van een lichaam; - zie-
daar de vraag die gesteld werd en die pas in de eerste helft E j
«,, dezer eeuw beantwoord werd. I
Voortgevloeid uit de onderstelling der ouden omtrent het
_ wezen van het vuur, uit de phlogistontheorie van STAHL, ont-
_ vvikkelde zich de theorie dat de oorzaak der warmteversch§n­ . j A
selen eene stof was in de laatste helft der vorige eeuw meer ’ I
en meer, vooral toen men het bestaan der soortelijke warmte
en der latente warmte ontdekte. Immers men vond dat ver- K
schillende lichamen voor gelüke verhooging van temperatuur »
· verschillende hoeveelheden warmte noodig hebben en voor de '
hand lag het dit te vergelijken met de verschillende hoeveel-
heden vloeistof, noodig om in vaten van verschillende door- g
sneden het oppervlak evenveel te doen stijgen; zoo sprak men
van een lichaam van eene groote of kleine warmte­capaciteit, . '
dus bevattingsvermogen voor de warmte en vond een steun voor
deze opvatting in het feit, dat bij menging van lichamen van
j I ‘ verschillende temperatuur de eindtemperatuur met behulp der
E · capaciteiten juist zoo berekend kan worden als de hoogte, _ ·
· v waartoe, in vaten van bekende doorsneden, de vloeistof stügen
zal, als ze met elkaariin gemeenschap gesteld worden.
£&W,_,__ a